Blijf financieel scherp

Elke dag het belangrijkste financiële en zakelijke nieuws in je inbox. Zodat jij de dag begint met voorsprong.

Gelukt! Check je e-mail

Klik op de bevestigingslink in je inbox om je aanmelding te voltooien. Niet ontvangen binnen 3 minuten? Check je spamfolder.

Oké, bedankt
Vermogensaanwasbelasting vs. vermogenswinstbelasting: het verschil uitgelegd

Vermogensaanwasbelasting vs. vermogenswinstbelasting: het verschil uitgelegd

De nieuwe Box 3-wet werkt met twee verschillende belastingsystemen tegelijk. Wat is het verschil tussen vermogensaanwasbelasting en vermogenswinstbelasting, en welk vermogen valt straks onder welk systeem?

Naomi de Vries profile image
door Naomi de Vries

De beoogde Wet werkelijk rendement box 3 werkt niet met één systeem, maar met twee tegelijk. Voor de meeste beleggingen geldt straks een vermogensaanwasbelasting, voor vastgoed en bepaalde aandelen een vermogenswinstbelasting. Wat betekent dat concreet, en waarom is dat onderscheid gemaakt?

Het kernverschil: wanneer betaal je?

Het draait om één simpele vraag: betaal je belasting over de waardestijging van je vermogen op het moment dat die zich voordoet, of pas op het moment dat je verkoopt?

  • Vermogensaanwasbelasting: je betaalt jaarlijks belasting over zowel je lopende inkomsten (rente, dividend, huur) als over de waardestijging van dat jaar — ook als je niets hebt verkocht. Een ongerealiseerde koerswinst op aandelen telt dus gewoon mee, evenals een waardedaling, die je juist mag verrekenen.
  • Vermogenswinstbelasting: je betaalt pas belasting op het moment dat je daadwerkelijk verkoopt en winst realiseert. Zolang je een bezit vasthoudt, hoef je over de waardestijging niets af te dragen.

Wat valt onder welk systeem

In het wetsvoorstel geldt de vermogensaanwasbelasting als hoofdregel. Vermogenswinstbelasting is de uitzondering, voorbehouden aan twee categorieën:

Vermogensaanwasbelasting (hoofdregel):

  • Spaargeld — belast over de werkelijk ontvangen rente
  • Beursgenoteerde beleggingen (aandelen, obligaties, fondsen)
  • Overige liquide bezittingen

Vermogenswinstbelasting (uitzondering):

  • Onroerende zaken in box 3, zoals een tweede woning, een verhuurde woning of bedrijfspand
  • Aandelen in startende ondernemingen en scale-ups (de precieze definitie van deze categorie lag eind 2025 nog open voor internetconsultatie)

De keuze voor dit onderscheid is geen toeval. Vastgoed en aandelen in jonge bedrijven zijn illiquide: de waarde staat vaak niet vast en er is geen markt waarop je snel kunt verkopen om belasting te betalen. Een jaarlijkse heffing over ongerealiseerde winst zou daar tot liquiditeitsproblemen kunnen leiden — je zou soms moeten verkopen om de belasting te kunnen betalen. Voor beursgenoteerde beleggingen speelt dat probleem veel minder: die zijn dagelijks verhandelbaar.

Heffingsvrij inkomen in plaats van heffingsvrij vermogen

Een belangrijke systeemwijziging: het huidige heffingsvrij vermogen (een bedrag aan vermogen waarover je geen belasting betaalt) wordt bij de vermogensaanwasbelasting vervangen door een heffingsvrij inkomen — een bedrag aan rendement waarover je geen belasting betaalt. Berekeningen op basis van het huidige heffingsvrij vermogen van €59.357 kwamen eerder uit op een heffingsvrij inkomen van ongeveer €1.800. Dit bedrag staat niet definitief vast en kan nog wijzigen voordat de wet ingaat.

Verliesverrekening

Het wetsvoorstel bevat een verliescompensatieregeling met onbeperkte carry forward: verlies in het ene jaar kun je onbeperkt meenemen naar toekomstige jaren om toekomstige winst mee te verrekenen. Een carry back — verlies verrekenen met winst uit voorgaande jaren — ontbreekt vooralsnog. Dit is een van de punten van kritiek die tijdens de parlementaire behandeling naar voren is gebracht.

De belangrijkste kritiekpunten

Bij de behandeling van het wetsvoorstel kwamen met name drie bezwaren steeds terug:

  1. Het belasten van ongerealiseerde winst bij de vermogensaanwasbelasting — je betaalt over waarde die je nog niet daadwerkelijk hebt ontvangen
  2. Het ontbreken van een carry back bij verliesverrekening
  3. De destijds nog onduidelijke definitie van een "startup" of "scale-up" voor de vermogenswinstbelasting-uitzondering

De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel uiteindelijk met tegenzin aan, mede omdat verder uitstel het Rijk jaarlijks zo'n €2,4 miljard zou kosten.

Waar staat de wet nu?

Na de goedkeuring door de Tweede Kamer op 12 februari 2026 ligt het wetsvoorstel bij de Eerste Kamer. Die behandeling verloopt niet zonder slag of stoot: eind juni 2026 dienden Eerste Kamerleden meerdere moties in, uiteenlopend van een verkenning naar carry back tot een motie over het niet-bezwaar maken tegen het eventueel intrekken van het wetsvoorstel. Ook binnen de coalitie leeft de wens om op termijn over te stappen naar een volledige vermogenswinstbelasting — mede omdat een volwaardige vermogenswinstbelasting volgens de staatssecretaris niet vóór 2028 haalbaar is door de benodigde aanpassingen bij de Belastingdienst en financiële instellingen.

Kortom: de hoofdlijn van het systeem — vermogensaanwasbelasting als hoofdregel, vermogenswinstbelasting als uitzondering voor vastgoed en startups — ligt vast in het wetsvoorstel, maar de definitieve vorm en de invoeringsdatum van 1 januari 2028 zijn nog niet volledig zeker.

Voor de volledige tijdlijn van het Box 3-dossier, inclusief de laatste ontwikkelingen rond de Wet werkelijk rendement, zie het volledige dossier.

Blijf financieel scherp

Elke dag het belangrijkste financiële en zakelijke nieuws in je inbox. Zodat jij de dag begint met voorsprong.

Gelukt! Check je e-mail

To complete Subscribe, click the confirmation link in your inbox. If it doesn’t arrive within 3 minutes, check your spam folder.

Oké, bedankt

Lees meer