Trumps tarieven zijn nu live: 11% gemiddeld, juridisch kwetsbaar en met hogere prijzen als gevolg
De nieuwe Amerikaanse importtarieven zijn vrijdagnacht ingegaan. Het gemiddeld tarief staat nu op 11% en de juridische houdbaarheid is al in twijfel.
De juridische kwetsbaarheid van Trumps tarieven blijkt inmiddels concreet: na de uitspraak van het Hooggerechtshof heeft de regering al zo'n 100 miljard dollar aan geïnde tarieven terugbetaald aan bedrijven, ongeveer 60% van de totale 165 miljard dollar. Tegelijk voert Trump alweer nieuwe tarieven in bij meer dan 80 landen, ditmaal gebaseerd op een andere wettelijke grondslag. Een coalitie van 25 Amerikaanse staten heeft de regering inmiddels aangeklaagd en noemt deze nieuwe heffingen een dekmantel voor de eerder afgeschoten tarieven.
Na maanden van aanloopfase, rechterlijke terugslagen en tijdelijke stopgaps zijn de nieuwe Amerikaanse importtarieven vrijdagnacht daadwerkelijk van kracht geworden. Zoals TIF eerder berichtte, verliep de 150-daagse noodmaatregel vrijdag. De Trump-administratie vulde dat juridisch vacuüm in met een nieuwe batch heffingen en een nieuwe juridische grond. Het gemiddelde Amerikaanse invoertarief staat nu op 11%, het hoogste niveau in decennia.
Wat er precies live ging
Vrijdag na middernacht trad een presidentiële proclamatie in werking die de tijdelijke 10%-heffing vervangt door een nieuwe set tarieven op tientallen landen. Over de exacte bandbreedte lopen de lezingen uiteen: NPR rapporteerde tarieven van 10% tot 12,5%, terwijl EA WorldView en NDTV spreken van 10% tot 15% op 85 landen. Die discrepantie weerspiegelt de ondoorzichtigheid waarmee het Witte Huis communiceert; een volledige publieke publicatie van de proclamatie ontbrak op het moment van schrijven.
Wat wel vaststaat: het gemiddeld effectief tarief komt uit op 11%, berekend door het Yale Budget Lab. Ter vergelijking: vóór Trumps eerste inauguratie schommelde dat cijfer rond de 2 à 3%. De sprong is structureel, niet tijdelijk.
Daar bovenop komen ad-hoc heffingen die de tarieven-saga verder compliceren: 25% op invoer uit Brazilië en 50% op Canadese goederen. Canada en Brazilië zijn twee van de grootste handelspartners van de VS. Die bilaterale maatregelen volgen hun eigen tijdlijn, los van de nieuwe mondiale proclamatie.
De juridische kat-en-muis: 'forced labor' als nieuwe grond
De kern van deze nieuwe batch heffingen is niet economisch, maar juridisch. Trumps oorspronkelijke "Liberation Day"-tarieven van april 2025, gebaseerd op nationale noodmachtswetgeving, werden door het Supreme Court in februari 2026 verworpen. De rechtbank oordeelde dat de gekozen wettelijke grondslag onvoldoende draagvlak bood voor tarieven van die omvang en reikwijdte.
De 150-daagse uitloopperiode die de rechter toestond, verliep vrijdag. De Trump-administratie had dus een nieuwe juridische constructie nodig. Die vond ze in de bewering dat exportproducten die de VS binnenkomen mede gefinancierd of geproduceerd worden met dwangarbeid, een grond die via aparte federale wetgeving breder toepasselijk is.
Economen en handelsjuristen zijn sceptisch. De 'forced labor'-claim is juridisch breder inzetbaar, maar ook moeilijker te onderbouwen op productniveau voor tientallen landen tegelijk. Nieuwe rechtszaken worden verwacht, en de vraag of deze juridische route duurzamer is dan de vorige blijft onbeantwoord. Zoals de Wall Street Journal het formuleerde: de herziening van het tariefstelsel betekent waarschijnlijk meer van hetzelfde, namelijk plotse beleidsschommelingen, verstoorde toeleveringsketens en hogere prijzen op ingevoerde goederen.
Tweede-orde-effecten: markten, inflatie en geopolitiek
De directe economische gevolgen zijn na 18 maanden tariefbeleid al zichtbaar. Goedereninflatie loopt structureel boven het pre-pandemische tempo. Als illustratie van de bredere inflatiedruk: de Amerikaanse benzineprijs staat weer boven de 4 dollar per gallon, en de 30-jarige hypotheekrente bevindt zich op het hoogste niveau in bijna een jaar. Dat zijn Amerikaanse data, maar ze weerspiegelen een patroon dat via importprijzen en grondstoffenmarkten ook Europese consumenten en bedrijven bereikt.
Voor de financiële markten heeft de aanhoudende tariefsonzekerheid al een concrete uitwerking. J.P. Morgan Research verwacht een range-bound aandelenmarkt, met een S&P 500 die schommelt tussen de basisscenario-projectie van 5.200 en het bullscenario van 5.800. "In this environment of uncertainty as the global trade landscape continues to evolve, we call for range-bound equity markets", aldus Fabio Bassi, hoofd Cross-Asset Strategy bij J.P. Morgan.
Dat voorzichtige marktsentiment hangt samen met meer dan alleen de tarieven. J.P. Morgan wijst ook op Trumps publieke druk op de Federal Reserve en voorzitter Jerome Powell. Die kritiek triggerde eerder dit jaar een gelijktijdige daling van zowel Amerikaanse aandelen als Treasuries, een combinatie die institutionele beleggers nerveus maakt omdat ze het diversificatieprofiel van dollarposities aantast. Recessierisico blijft een reëel scenario in de modellen van de bank.
Op geopolitiek vlak zijn er bilaterale gesprekken gaande met Japan, Zuid-Korea en India. Die onderhandelingen bieden een mogelijke uitweg voor landen die individuele handelsdealafspraken willen, maar de signalen rond de VS-China-gesprekken zijn gemengd. China is de grootste variabele: de tarieven die de twee economieën over en weer oplegden zijn formeel gematigd na eerder dit jaar, maar de handelsspanning is structureel.
Voor Europese bedrijven met exportblootstelling aan de VS geldt een dubbele onzekerheid: de tariefhoogte op Europese goederen is vooralsnog niet in de meest recente proclamatie veranderd, maar de juridische instabiliteit van het hele tariefstelsel maakt langetermijncontractering en investeringsplanning lastig. Supply chains die in de afgelopen 18 maanden zijn aangepast op een tarief van 10% kunnen bij een nieuwe rechtszaak alweer opnieuw moeten worden doordacht.
Eerstvolgende ijkpunten: rechtbanken en bilaterale deals
De komende weken draaien om twee parallelle processen. Het eerste is juridisch: wanneer handelspartners of importerende bedrijven de nieuwe heffingen aanvechten bij de rechter, en hoe snel die zaken de federale rechtsgang doorlopen. Het Supreme Court heeft al een precedent gezet door de vorige grondslag te verwerpen; of de 'forced labor'-constructie standhoudt is de centrale vraag voor handelsjuristen en markten.
Het tweede is diplomatiek: de bilaterale onderhandelingen met Japan, Zuid-Korea en India zijn de meest concrete kanalen waarlangs landen tariefuitzonderingen of verlagingen kunnen bedingen. Hoe die gesprekken vorderen, bepaalt mede de bredere handelspolitieke temperatuur in de komende maanden.
Bronnen: Yale Budget Lab, J.P. Morgan Research, NPR, EA WorldView, NDTV, Wall Street Journal
Informatief, geen financieel of beleggingsadvies. Today in Finance heeft geen Wft-vergunning; raadpleeg voor geldbeslissingen altijd een gekwalificeerd adviseur.