Trump trekt Section 301-wapen na Google-boete: de VS-EU-handelsoorlog heeft een nieuw front
Trump start een Section 301-onderzoek en dreigt met tarieven na de miljardenboete voor Google. Een nieuw front in de VS-EU-handelsstrijd.
De handelsvrede tussen Washington en Brussel leek voorzichtig aan terrein te winnen. Dat beeld is nu aan scherven. Nadat de Europese Commissie Google donderdag een boete van $1 miljard oplegde wegens overtreding van de Digital Markets Act, reageerde Donald Trump vrijdag met een dreigement dat de transatlantische betrekkingen opnieuw op scherp zet: de EU zal "a very big price" betalen, en de VS start "immediately" een formeel handelsonderzoek onder Section 301 van de Trade Act van 1974.
Zoals TIF eerder berichtte, oordeelde de Europese Commissie dat Google zijn eigen diensten, waaronder shopping, hotels, reizen en sportresultaten, bevoordeelde in de zoekresultaten, en app-ontwikkelaars belette gebruikers naar goedkopere deals buiten de Play Store te leiden. Die analyse focuste op de boete zelf. Dit stuk gaat over wat erna komt: de Amerikaanse vergelding en wat die zegt over de bredere staat van het VS-EU-handelsdossier.
Trumps wapen: wat Section 301 inhoudt
Section 301 van de Trade Act van 1974 is geen nieuw instrument, maar het is wel het zwaarste dat Washington buiten de WTO-procedure om kan inzetten. Het geeft de Office of the United States Trade Representative (USTR) de bevoegdheid om handelspraktijken van andere landen te onderzoeken die door de VS als onredelijk, discriminatoir of als belemmering voor de Amerikaanse handel worden beschouwd. Als het onderzoek concludeert dat die praktijken inderdaad oneerlijk zijn, kan de president tarieven opleggen, quota instellen of andere vergeldingsmaatregelen treffen, zonder dat Congress daar eerst ja op hoeft te zeggen.
Volgens het Congressional Research Service is Section 301 de juridische basis geweest voor enkele van de meest ingrijpende Amerikaanse handelsbewegingen van de afgelopen decennia, inclusief de eerste rondes van de China-tarieven in 2018. Dat Trump dit instrument nu op Europa richt is geen administratieve voetnoot. Het is een bewuste signaalzetting: de boetes op Amerikaanse techbedrijven worden voortaan als handelskwestie behandeld, niet als soevereine regelgeving van een handelspartner.
Trump formuleerde het op Truth Social in zijn kenmerkende stijl: "The United States of America is not a 'PIGGYBANK' for Europe, nor will we allow it to be!" Hij noemde de boetes "highly unethical" en "entirely illegal", en stelde dat ze "entirely reversed" moeten worden.
Waarom Brussel niet terugkrabbelt
De redenering in Washington is dat de DMA-boetes gericht discriminatie zijn van Amerikaanse bedrijven. Brussel ziet dat anders, en niet zonder grond. De Digital Markets Act is wetgeving die door het Europees Parlement is aangenomen en geldt voor elke aanbieder die als "gatekeeper" wordt aangemerkt, ongeacht het land van herkomst. In principe valt ook een Europese techreus met voldoende marktaandeel onder dezelfde regels. Dat er toevallig geen Europese equivalent van Google of Apple bestaat, is een marktrealiteit, geen opzettelijke discriminatie.
Dat maakt de positie van de Europese Commissie in dit conflict structureel anders dan bij een douanetarief. Een tarief is een beleidskeuze die per definitie onderhandelbaar is. Een rechterlijke handhaving van aangenomen wetgeving is dat niet, althans niet zonder de rechtsstaat te ondermijnen. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen heeft consistent benadrukt dat de EU haar "digitale soevereiniteit" niet ter discussie stelt in handelsgesprekken. Alles wijst erop dat die lijn nu niet wijzigt.
Google krijgt 60 dagen om zijn praktijken aan te passen. Doet het dat niet, dan volgen periodieke dwangboetes ter hoogte van maximaal 5 procent van de gemiddelde dagelijkse wereldomzet. De klok tikt, ongeacht wat er in Washington wordt gezegd.
Het merkwaardige bondgenootschap: Google verwelkomt Trump
Het meest opvallende detail in deze escalatie is de positie van Google zelf. Woordvoerder José Castañeda zei tegenover de BBC dat het bedrijf "worked hard to comply" met de DMA, maar tegelijkertijd "We appreciate the engagement by the administration and US government." In diplomatieke taal: Google verwelkomt Trumps interventie.
Dat is opmerkelijk. Een bedrijf dat formeel probeert te voldoen aan Europese regelgeving, spreekt publiekelijk steun uit voor de Amerikaanse president die die regelgeving als illegaal en discriminatoir bestempelt. Het plaatst Google in een dubbelpositie: aan de ene kant een tijdpad van 60 dagen om aan de DMA te voldoen, aan de andere kant het Amerikaanse politieke gewicht achter zich dat dit tijdpad wil opblazen.
Voor Brussel is dat geen verrassing. De Europese Commissie heeft zich jarenlang voorbereid op precies dit scenario: een grote Amerikaanse techspeler die politieke druk vanuit Washington inzet als alternatief voor juridische compliance. Dat de strategie nu openlijk zichtbaar is, versterkt eerder de Commissie in haar handhavingspositie dan dat het haar ondermijnt.
Nieuw front in een al gespannen handelsrelatie
De timing is extra wrang omdat de transatlantische handelsverhoudingen in de weken voor dit incident tekenen van ontspanning vertoonden. Maar diezelfde week legde de Trump-administratie een nieuwe tariefrondes op aan meer dan 80 landen, inclusief EU-lidstaten. En vorige maand dreigde Trump al met een importtarief van 100 procent op elk Europees land dat een digital services tax op Amerikaanse technologiebedrijven invoert. Meerdere EU-landen, waaronder Frankrijk en Italië, hebben zo'n heffing al jaren op de boeken staan.
Het Section 301-onderzoek naar EU-techboetes is in die context geen geïsoleerde reactie op de Google-boete. Het past in een bredere strategie waarbij Washington de Europese techregulering als handelsbeperkend instrument framt, zodat tarieven als legitieme tegenmaatregelen kunnen worden gepresenteerd, ook richting de eigen bevolking en het Congres.
Voor Europa staat er meer op het spel dan één boete. Als Brussel nu zou terugkrabbelen onder tariefdreiging, ondermijnt het de geloofwaardigheid van de DMA als handhavingskader. Apple en Meta werden in april 2025 al beboet; Amazon loopt ook onderzoek. Een precedent waarbij buitenlandse politieke druk de handhaving blokkeert, maakt de wet in de praktijk zinloos.
Richting september: onderzoeksresultaten en het volgende DMA-besluit
Het USTR-onderzoek onder Section 301 duurt doorgaans 12 maanden, al kan de president een verkorte procedure aanvragen. De eerste formele stap is een Federal Register Notice, waarna een commentaarperiode volgt. Concrete tariefbesluiten zijn dus niet van morgen. Maar de politieke druk die het onderzoek genereert is onmiddellijk voelbaar, zowel in Brussel als op de beursvloer.
De Europese Commissie vergadert in september over de voortgang van DMA-handhaving. Dan wordt duidelijk of Google binnen de 60-dagengrens betekenisvolle aanpassingen heeft doorgevoerd, of dat het rekent op een politieke uitweg via Washington. Op hetzelfde moment loopt het bredere tariefoverleg tussen de VS en de EU door. De Google-zaak is daarmee geen technisch dossier meer. Het is een testcase voor wie de digitale economie definieert en wie dat handhaaft.
Bronnen: USTR, Congressional Research Service (CRS), Europese Commissie
Informatief, geen financieel of beleggingsadvies. Today in Finance heeft geen Wft-vergunning; raadpleeg voor geldbeslissingen altijd een gekwalificeerd adviseur.