Waarom Trumps eis aan Iran de Fed in een lastig parket brengt
Trump eist compensatie van Iran, Hormuz blijft dicht en de olieprijs stijgt vlak voor het Amerikaanse inflatiecijfer van woensdag.
Voltank je auto binnenkort duurder dan verwacht, dan is dat niet alleen een kwestie van vraag en aanbod. Het gaat om een diplomatieke patstelling in het Midden-Oosten die uitgerekend samenvalt met de belangrijkste inflatiepublicatie van de maand. Brent crude klom naar 88,09 dollar per vat en WTI naar 82,52 dollar, de hoogste niveaus sinds 31 juli, meldt Channel NewsAsia. TIF-marktdata toont Brent zelfs op 88,81 dollar, 7,66 procent hoger dan de vorige stand, gemeten op 11 augustus om 08:40 uur Nederlandse tijd.
Wat dit voor de portemonnee doet: bij een landelijke pompprijs van 2,370 euro per liter Euro95, peildatum 3 augustus volgens het CBS, duwt elke verdere prijsstijging aan de pomp direct door in het huishoudbudget. Maar de echte impact van deze week zit niet in de tank. Ze zit in de Amerikaanse inflatiecijfers van woensdag, en in wat die betekenen voor het rentebesluit van de Federal Reserve.
Van luchtaanvallen naar een patstelling met eisen
TIF beschreef eerder hoe Iran na de vijfde Amerikaanse aanvalsgolf een full-scale war uitriep en hoe de Straat van Hormuz vrijwel stilviel voor scheepvaart. Sindsdien is de situatie verschoven van militair geweld naar een diplomatieke stand-off met wederzijdse eisen, en die verschuiving is minstens zo veelzeggend voor de olieprijs.
Vorige week zakte de olieprijs nog met meer dan 7% nadat Amerikaans minister van Financiën Scott Bessent op CNBC suggereerde dat een deal over vrije doorvaart door Hormuz er snel kon komen, meldt CNBC. Die deal kwam er niet. Op maandag stegen beide oliecontracten juist weer met circa 5%, WTI sloot op 82,13 dollar, Brent op ongeveer 87,72 dollar.
De reden voor de nieuwe onzekerheid is een compensatie-eis van president Donald Trump: hij wil dat Iran betaalt voor geleden Amerikaanse schade voordat er verder onderhandeld wordt, meldt The Guardian. Trump zei zondag tegen Axios dat de VS "only semi-negotiating" is met Iran en vertrouwt op de marineblokkade in plaats van nieuwe luchtaanvallen, aldus CNBC. Hij annuleerde op 1 augustus al een geplande aanval om ruimte te geven aan onderhandelingen.
Iran wijst op zijn beurt de bal terug. Esmail Baghaei, woordvoerder van het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken, zei maandag via het staatspersagentschap Tasnim dat de VS eerst de blokkade moet opheffen voordat Teheran instemt met volledige openstelling van Hormuz. Analist Mohit Kumar van Jefferies vat de situatie samen tegenover The Guardian: "We are back to the situation where there is no war ongoing, but the Strait of Hormuz remains closed."
Waarom een snelle deal onwaarschijnlijk is
Marktanalist Tony Sycamore van IG noemt het tegenover Channel NewsAsia een "Mexican standoff": "in terms of who blinks first." Zijn verwachting is niet een snelle doorbraak maar een langdurige uitputtingsslag: "This is going to be almost a war of attrition now. You probably can see the (oil) market sitting around the US$75 to US$95 range while we wait to see who blinks first."
Die inschatting sluit aan bij de economische realiteit in Iran zelf. De inflatie daar loopt naar schatting boven de 100%, met zware druk op voedselprijzen, en de Iraanse munt is met meer dan 95% gedevalueerd, al zijn officiële cijfers niet beschikbaar omdat de munt niet vrij inwisselbaar is, meldt The Guardian. Trump verwoordde dat cynisch tegenover Axios: "We are just watching Iran with its huge inflation and the fact they have no money." Het probleem voor Washington is dat afwachten ook een prijs heeft, en die prijs wordt zichtbaar in de Amerikaanse voorraadcijfers.
De achilleshiel: een strategische reserve op het niveau van 1983
Hier wringt de schoen voor de Amerikaanse onderhandelingspositie. De Strategic Petroleum Reserve, de Amerikaanse strategische oliereserve die bedoeld is om prijsschokken op te vangen, is gezakt onder 300 miljoen vaten, het laagste niveau sinds januari 1983, meldt CNBC.
Dat is meer dan een historisch trivia-feit. In eerdere crises, van de Golfoorlog tot de eerste jaren na de Russische inval in Oekraïne, kon Washington de olieprijs dempen door reserves op de markt te gooien. Die hefboom is nu grotendeels weg. Een reserve op het niveau van vier decennia geleden betekent dat de VS bij een verdere escalatie rond Hormuz weinig meer kan doen dan toekijken hoe de prijs zijn eigen weg vindt tussen de 75 en 95 dollar per vat die Sycamore schetst. Dat verzwakt niet alleen de Amerikaanse positie tegenover Iran, het beperkt ook de beleidsruimte van de Fed om een olieprijsschok te absorberen zonder de rente aan te passen.
De koppeling met het CPI-cijfer van woensdag
Dat brengt het verhaal bij het eigenlijke breekpunt van deze week: het Amerikaanse inflatierapport over juli, dat woensdag 12 augustus verschijnt. Verwacht wordt een maandelijkse stijging van 0,1% voor de headline-inflatie en 0,2% voor de kernindex, meldt Channel NewsAsia. De kans op een Fed-renteverlaging volgende maand staat momenteel op fifty-fifty.
Jonas Goltermann, chief markets economist bij Capital Economics, waarschuwt dat de risico's richting een hoger cijfer neigen: "We think the risks are skewed towards a hot print, which would probably drive a rebound in rate expectations and, potentially, renewed worries about stagflation." Een hogere olieprijs werkt met vertraging door in energie- en transportkosten, precies de componenten die een CPI-cijfer omhoog kunnen duwen op een moment dat de markt al vooruitloopt op verlaging.
Voor de Fed ontstaat zo een onaangename combinatie: een olieprijs die opnieuw kan oplopen zonder dat de gebruikelijke demper van de strategische reserve beschikbaar is, en een inflatiecijfer dat toch al op het randje van "hot" balanceert. Dat is precies het scenario waarin een centrale bank stil moet zitten in plaats van verlagen, ook als de rest van de economie om lagere rente vraagt.
Voor de eurozone blijft de directe doorwerking beperkter. De ECB houdt haar depositorente op 2,25 procent, peildatum 11 augustus volgens de ECB, en de Nederlandse inflatie stond in juli op 3,1 procent, meldt het CBS. Maar een aanhoudend hogere olieprijs is een importfactor die ook in Frankfurt niet genegeerd wordt als de stand-off aanhoudt.
Vooruitblik: CPI-cijfer en Fed-reactie op 12 augustus
De Amerikaanse inflatiecijfers over juli verschijnen woensdag en worden de eerste echte test van hoe hard de olieprijsstijging al doorwerkt in de kerncijfers. TIF volgt de ontwikkelingen rond Hormuz sinds het eerste artikel op 30 juli en publiceerde sindsdien twee vervolgstukken over de escalatie en de marktreactie daarop.
Informatief, geen financieel of beleggingsadvies. Today in Finance heeft geen Wft-vergunning; raadpleeg voor geldbeslissingen altijd een gekwalificeerd adviseur.
Bij het huidige olieprijsniveau blijft de pomprijs, die begin augustus nog op 2,370 euro per liter Euro95 stond volgens het CBS, kwetsbaar voor verdere stijging zolang de stand-off duurt. Belangrijker is de indirecte impact: als het Amerikaanse inflatiecijfer van woensdag inderdaad "heet" uitvalt, zoals Capital Economics vreest, schuift een Fed-renteverlaging verder weg. Dat houdt de dollar sterker en de importprijzen voor Europa, inclusief energie, voorlopig hoger dan wanneer de rentecyclus soepeler zou verlopen.