Starterslening geeft €36.000 extra, maar drijft tegelijk de prijzen op
Starterslening geeft gemiddeld €36.000 extra leenruimte, maar jaagt de woningprijzen op. Springplank of betaal je er zelf voor?
Gemiddeld €36.000 extra leenruimte dankzij de starterslening: dat klinkt als goed nieuws. En voor de individuele starter is het dat ook. Maar er zit een keerzijde aan. Elke euro extra leenvermogen op de markt duwt woningprijzen omhoog, en daarmee betalen starters collectief mee aan het probleem dat de lening probeert op te lossen. De vraag is dus: is de starterslening jouw springplank, of een prijsopdrijver waar je zelf voor opdraait?
Recordjaar: 8.132 startersleningen in 2025
Het aantal startersleningen steeg in 2025 naar 8.132, een stijging van 15% ten opzichte van de 7.100 in 2024. Bijna 7% van alle starters die vorig jaar een woning kochten, deed dat mede dankzij zo'n lening. Sinds 2022 zit de groei er stevig in.
De piek in 2025 is grotendeels te verklaren door de zogeheten uitpondingsgolf: particuliere beleggers verkochten massaal huurwoningen, met name appartementen in het betaalbare segment. Starters grepen die kans, en de starterslening maakte het voor velen financieel haalbaar.
Opvallend profiel: gemiddeld 27,6 jaar oud, en in 7 van de 10 gevallen een single. Dat laatste is opmerkelijk, want singles maken slechts 1 op de 4 uit van de totale kopersmarkt. De starterslening is daarmee in de praktijk vooral een instrument voor de alleenstaande starter.
Wat de lening concreet oplevert, en wat het kost per regio
De gemiddelde starterslening bedraagt €36.000. Wat je daarmee kunt kopen, verschilt sterk per regio. In Groningen, Friesland, Drenthe, Limburg en Zeeland liggen de gemiddelde koopsommen van woningen die met een starterslening worden gekocht tussen de €244.000 en €265.000. In de Randstad en de economische kernregio's (Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht, Flevoland, Noord-Brabant en Gelderland) loopt dat op tot €324.000 tot €336.000.
Die €36.000 is dus relatief veel waard in een Groningse straat, en relatief weinig in Amsterdam. In de dure regio's dekt de lening nog geen 11% van de koopsom; in het noorden kan dat oplopen tot ruim 14%.
Een lokaal voorbeeld laat zien hoe snel budgetten onder druk komen te staan. In gemeente Dijk en Waard is het budget voor startersleningen opgelopen tot €9,5 miljoen en moest er al €2,5 miljoen extra worden bijgelegd. In de eerste helft van 2026 kochten 86 huishoudens er een woning dankzij de lening, waarvan 44 nieuwbouw, met een gemiddeld leenbedrag van €47.554. Wethouder Jasper John benadrukt dat het gemeenschapsgeld terugkomt: "Het geld dat de gemeente uitleent komt uiteindelijk ook weer terug, de starters lossen immers af."
De keerzijde: matig onderhoud en hoge energielasten
De woningen die starters via de uitpondingsgolf kochten, zijn lang niet altijd in topconditie. Van de woningen gekocht met een starterslening heeft 1 op de 5 een energielabel E, F of G. Dat zijn de slechts presterende categorieën. Label C heeft een aandeel van 29%, label D zelfs 11,9%, beide hoger dan gemiddeld op de koopmarkt.
Wat dat in de praktijk betekent: hogere energierekeningen, soms achterstallig onderhoud en mogelijk verduurzamingskosten die er bovenop komen. Een woning met label F of G kan je gemakkelijk honderden euro's per jaar extra aan verwarmingskosten kosten vergeleken met een woning in klasse A of B. Wie de starterslening benut, doet er goed aan de energieprestatie van de woning mee te nemen in de financiële berekening.
Springplank of prijsopdrijver?
Hier zit de fundamentele spanning. Meer leenruimte op de markt betekent automatisch dat kopers meer kunnen bieden. Als meer starters dat doen, stijgt de vraagprijs mee. De starterslening helpt de individuele starter over de drempel, maar houdt tegelijk de drempel hoog voor degene die net na hem of haar de markt op wil. Het is een instrument dat zijn eigen noodzaak gedeeltelijk in stand houdt.
Dat maakt de starterslening niet zinloos, maar het vraagt wel eerlijkheid over wat het is: een tijdelijke, persoonlijke oplossing binnen een structureel krappe markt. Of het voor jou de juiste stap is, hangt af van regio, woning, energielabel en je persoonlijke financiële situatie. Raadpleeg een onafhankelijk financieel adviseur of hypotheekadviseur voordat je een beslissing neemt.
Wanneer wordt het woningaanbod ruimer?
De uitpondingsgolf die 2025 mede vormgaf, zal niet oneindig doorgaan. Het aanbod van voormalige huurwoningen droogt op termijn op. Of gemeenten hun starterslening-budgetten blijven aanvullen, is regionaal bepaald: in Dijk en Waard was het budget al in de eerste helft van 2026 bijna op. Wie overweegt een starterslening aan te vragen, checkt het beschikbare budget bij de eigen gemeente zo vroeg mogelijk.
Bronnen: Van Bruggen Adviesgroep, Streekstad Centraal
Informatief, geen financieel of beleggingsadvies. Today in Finance heeft geen Wft-vergunning; raadpleeg voor geldbeslissingen altijd een gekwalificeerd adviseur.
Met een gemiddelde starterslening van €36.000 kun je in Groningen of Friesland een woning van €244.000 tot €265.000 mede financieren; in de Randstad dekt datzelfde bedrag minder dan 11% van de koopsom. Houd er ook rekening mee dat 1 op de 5 woningen die met een starterslening worden gekocht een energielabel E, F of G heeft, wat kan optellen tot honderden euro's per jaar aan extra energiekosten. De lening is voor jou als individu een voordeel, maar op de totale markt werkt extra leenruimte prijsopdrijvend voor de starter die na jou komt.