Staat bouwt ABN Amro-belang af naar 20,5%: levert de reddingsoperatie van 2008 de burger iets op?
De staat verkocht 81 miljoen ABN Amro-certificaten voor 2,5 miljard euro. Maar levert de redding van 2008 de burger echt winst op?
Bijna 81 miljoen certificaten van aandelen ABN Amro zijn de afgelopen maanden via de beurs verkocht, goed voor bijna 2,5 miljard euro aan schatkistinkomsten. Daarmee is het vierde handelsplan van beheerder NLFI afgerond en is het staatsbelang in de bank teruggebracht naar 20,5%. Een mijlpaal in de langzame privatisering van een bank die de Nederlandse belastingbetaler in 2008 voor de ondergang moest behoeden. Maar de vraag is: levert die operatie de burger uiteindelijk ook winst op?
Van nationalisatie naar beurs: de lange weg terug
ABN Amro werd in de herfst van 2008 genationaliseerd. De kredietcrisis had het internationale bancaire systeem op zijn grondvesten doen schudden, en de Nederlandse staat greep in om de bank overeind te houden. Een bailout, kortom: noodgedwongen, kostbaar en niet vrijblijvend.
Het duurde zeven jaar voordat de bank terugkeerde naar de beurs. In 2015 volgde de beursintroductie, maar de staat verkocht daarbij niet meteen zijn volledige belang. Sindsdien wordt het aandelenbelang via NLFI, de Stichting administratiekantoor beheer financiële instellingen, stap voor stap afgebouwd. In behapbare blokken, via zogenoemde handelsplannen, om het koersrisico te spreiden en de markt niet te overspoelen.
In april van dit jaar was het belang al teruggebracht naar iets minder dan 25%. In september 2025 kondigde NLFI aan het belang verder te willen afbouwen richting de 20%. Dat doel is nu bereikt: 20,5%, na verkoop van bijna 81 miljoen certificaten die bijna 2,5 miljard euro opleverden.
Waarom de burger niet op winst hoeft te rekenen
Die 2,5 miljard klinkt als een mooie opbrengst, en dat is het ook voor deze ronde. NLFI-directeur Rens Bröcheler noemt het einde van het plan "wederom een belangrijke stap in de verdere privatisering van ABN AMRO". Maar zet die opbrengst af tegen de volledige rekening van de nationalisatie, dan kantelt het beeld.
Huiseconoom Han de Jong van BNR stelt dat het weliswaar een uitstekende ronde is geweest, maar dat de burger niet op winst hoeft te rekenen. De initiële kosten van de nationalisatie in 2008 waren aanzienlijk, en hoewel de staat over de afgelopen jaren via dividenden en verkoopopbrengsten geld heeft terugverdiend, is het netto-rendement op de volledige operatie allesbehalve zeker positief. De opbrengsten uit de opeenvolgende handelsplannen zijn maar één kant van de balans.
Dat maakt de privatisering van ABN Amro tegelijk een economische succesoperatie, en een les in de werkelijke kosten van een bankredding. De bank staat er goed voor, de staat incasseert mooie verkoopprijzen, maar de totale rekening van 2008 wordt waarschijnlijk nooit volledig gecompenseerd.
Verdere afbouw blijft op tafel
Met 20,5% houdt de staat nog steeds een betekenisvolle positie in ABN Amro. NLFI houdt in elk geval de mogelijkheid open om die positie verder te verkleinen. In een verklaring stelt de beheerder expliciet: "Het eindigen van het handelsplan belet NLFI niet om in de toekomst een ander handelsplan op te zetten of naar eigen inzicht op andere wijze haar belang in ABN AMRO af te bouwen."
Of en wanneer een vijfde handelsplan van start gaat, hangt af van marktomstandigheden, de koers van het aandeel en politieke overwegingen. Maar de richting is al jaren duidelijk: de staat trekt zich geleidelijk terug als aandeelhouder, en de volledige privatisering van ABN Amro is eerder een kwestie van wanneer dan van of.
Bronnen: NLFI, ANP
Informatief, geen financieel of beleggingsadvies. Today in Finance heeft geen Wft-vergunning; raadpleeg voor geldbeslissingen altijd een gekwalificeerd adviseur.