Je loon koopt minder dan in 2021, ondanks alle loonstijgingen
Reële lonen in de eurozone liggen begin 2026 nog 2% onder 2021. Hoe kan dat, en wat hebben trage cao's ermee te maken?
Je hebt de afgelopen jaren waarschijnlijk een flinke loonsverhoging gekregen. En toch koop je voor dat loon minder dan vijf jaar geleden. Dat is geen gevoel, maar een feit: reële lonen in de eurozone liggen begin 2026 gemiddeld nog altijd zo'n 2% lager dan in het eerste kwartaal van 2021, blijkt uit de OECD Employment Outlook 2026. Nominale loonstijgingen hebben de inflatie van de afgelopen jaren simpelweg niet volledig ingehaald.
Hoe kan je loon stijgen en toch minder waard worden?
Het antwoord zit in het verschil tussen nominaal en reëel. Je nominale loon is wat er op je loonstrook staat. Je reële loon is wat je daarmee daadwerkelijk kunt kopen, na correctie voor prijsstijgingen.
Tussen 2021 en 2023 stegen de prijzen in Europa razendsnel door de energiecrisis na de Russische invasie van Oekraïne, de naweeën van de coronapandemie en recordinflatie. Lonen stegen ook, maar langzamer en later. Het resultaat: een koopkrachtverlies dat in het begin van 2026 in een derde van de 27 onderzochte Europese landen nog steeds niet is goedgemaakt.
Andrea Bassanini, redacteur van de OECD Employment Outlook, formuleert het kernachtig: reële lonen werden begin 2026 nog altijd geraakt door de kosten-van-levensonderhoud-crisis van 2022-2023.
Waarom hinken lonen achter op inflatie?
De oorzaak is structureel, niet toevallig. Bassanini legt uit dat sectorale cao-onderhandelingen niet elk jaar plaatsvinden en bovendien gespreid zijn in de tijd. Dat betekent dat loonsverhogingen met maanden of zelfs jaren vertraging binnenkomen, lang nadat prijsstijgingen al zijn doorgevoerd. Tegen de tijd dat een nieuw cao-akkoord gesloten is, zijn de prijzen alweer verder gestegen.
Dit na-ijl-effect treft vrijwel alle Europese landen, maar de intensiteit verschilt sterk per land. Het hangt af van hoe cao-onderhandelingen wettelijk geregeld zijn, hoe sterk vakbonden staan en hoe snel werkgevers bereid zijn nieuwe akkoorden te sluiten.
Italië als extreem voorbeeld: -6,1%
De meest schrijnende situatie doet zich voor in Italië, waar reële lonen tussen Q1 2021 en Q1 2026 cumulatief met 6,1% zijn gedaald. Dat is meer dan drie keer zo diep als het eurozone-gemiddelde.
Meerdere factoren speelden daar een rol. Ronald Janssen, voormalig hoofdeconoom van het Europees Vakverbond (ETUC) en het Trade Union Advisory Committee (TUAC), wijst op werkgevers die stelselmatig nieuwe akkoorden uitstelden, gecombineerd met een verzwakkende onderhandelingspositie van vakbonden. Italiaanse econoom Michele Bavaro van de Scuola Normale Superiore wees daarnaast op de historisch lange onderhandelingsvertragingen die het land kenmerken.
In negen van de 27 onderzochte landen daalden reële lonen cumulatief over deze vijfjaarsperiode. Dat zijn geen marginale uitschieters, maar een aanzienlijk deel van het onderzochte continent.
En Nederland dan?
Specifieke Nederlandse cijfers zijn niet opgenomen in de OECD Employment Outlook 2026. Maar de mechanismen die elders voor koopkrachtverlies zorgen, gelden ook hier: gestaffelde cao-onderhandelingen, inflatie die piekte in 2022-2023 en een herstelproces dat tijd kost. Nederlandse cao-lonen zijn de afgelopen jaren fors gestegen, maar of dat de inflatie volledig heeft goedgemaakt over de gehele periode, varieert sterk per sector en per cao.
Eén nuance verdient aandacht: wettelijke minimumlonen deden het relatief beter. Bassanini stelt dat minimumlonen in de meeste landen grotendeels wel gelijke tred hielden met de prijsstijgingen. Voor werknemers boven het minimumloon, en voor hogere salarisschalen in cao's, was het beeld minder gunstig.
Wanneer herstelt de koopkracht zich?
Volledig herstel hangt af van de inflatieontwikkeling en de uitkomsten van lopende en komende cao-onderhandelingen. De inflatie in de eurozone is inmiddels aanzienlijk gedaald ten opzichte van de piekniveaus in 2022-2023, wat ruimte biedt voor reëel loonherstel als nominale loonstijgingen aanhouden.
Maar de OECD-data maken duidelijk dat structurele vertraging in cao-processen dit herstel afremt. Zolang die vertragingen bestaan, blijft het mogelijk dat prijsstijgingen lonen telkens opnieuw inhalen bij een volgende externe schok.
De OECD Employment Outlook verschijnt jaarlijks en biedt daarmee elk jaar een actueel meetpunt voor hoe reële lonen zich in Europa ontwikkelen.
Bronnen: OECD
Informatief, geen financieel of beleggingsadvies. Today in Finance heeft geen Wft-vergunning; raadpleeg voor geldbeslissingen altijd een gekwalificeerd adviseur.
In de eurozone leverde een gemiddeld loon begin 2026 zo'n 2% minder koopkracht op dan datzelfde loon in 2021, puur door de cumulatieve klap van de inflatie-jaren. In landen als Italië loopt dat op tot 6,1% minder koopkracht over vijf jaar. De gestaffelde opbouw van cao-akkoorden betekent dat herstel traag gaat: elke ronde moet de achterstand van de vorige inhalen voordat je netto vooruitgang boekt.