Inflatie versnelt naar 3,1% in juli, economen hadden juist een daling verwacht
De inflatie liep in juli op naar 3,1%, terwijl economen juist een daling voorspelden. Wat betekent dat voor je boodschappen en energierekening?
Je boodschappenmandje wordt weer iets duurder, en dat komt niet alleen door je eigen gevoel. Volgens de snelle raming van het CBS kwam de inflatie in juli uit op 3,1%, tegenover juli vorig jaar. Dat is een duidelijke versnelling ten opzichte van het dieptepunt van 2,4% in januari van dit jaar.
Het bijzondere: economen zagen dit niet aankomen. Sterker nog, ze verwachtten het tegenovergestelde.
Wat meet die snelle raming van het CBS precies?
De snelle raming van het CBS vergelijkt twee dingen. Eerst de consumentenprijzen van juli 2026 met die van juli 2025, dat levert de 3,1% op waar de meeste koppen nu over gaan. Daarnaast meet het CBS ook de maand-op-maand ontwikkeling: de prijzen stegen in juli met 1,6% ten opzichte van juni. Dat is een fors cijfer voor één maand, al spelen seizoenseffecten zoals de zomerperiode daar vaak in mee.
Belangrijk om te onthouden: dit is een snelle raming, geen definitief cijfer. Het CBS publiceert de definitieve CPI-cijfers voor juli op 11 augustus. Bij eerdere ramingen bleven de uiteindelijke cijfers doorgaans dicht bij de eerste inschatting, maar kleine bijstellingen zijn niet uitgesloten.
Hoe past 3,1% in de trend sinds januari?
De reeks van het CBS laat een duidelijk patroon zien. In januari 2026 zakte de inflatie naar 2,4%, het laagste punt in de recente reeks. Sindsdien is de trend omgekeerd: in juni 2026 stond de jaarinflatie op 2,9%, en nu, in juli, dus op 3,1%.
Daarmee beweegt Nederland zich terug richting het niveau van vorig jaar zomer. In juli 2025 was de inflatie 2,9%, in juni 2025 zelfs ook al 3,1%. Vergelijk dat met de piek van 2023, toen de inflatie in juli nog op 4,6% stond, en juli 2024 met 3,7%: de langetermijntrend is nog altijd dalend, maar het tempo van die daling is duidelijk gestokt.
Voor je portemonnee betekent dit vooral dat de adempauze van begin dit jaar voorbij lijkt. Boodschappen, energie en dagelijkse uitgaven worden weer iets sneller duurder dan een paar maanden geleden.
Waarom verwachtten economen juist een daling?
Nog geen week geleden klonk het heel anders. Op 27 juli meldde BNR dat het CBS deze week met cijfers over zowel de economische groei als de julie-inflatie zou komen. BNR-huiseconoom Han de Jong voorspelde toen dat de inflatie over juli vermoedelijk lager zou uitvallen dan in juni, en dat de economische groei mogelijk een fractie hoger zou zijn dan in het eerste kwartaal.
Het pakte andersom uit. In plaats van een daling zag Nederland een stijging van 2,9% naar 3,1%. Zulke verrassingen gebeuren vaker bij inflatiecijfers, ze zijn gevoelig voor kortetermijnschommelingen in bijvoorbeeld energieprijzen, vakantiekosten of voedselprijzen die niet altijd goed te voorspellen zijn.
Ter referentie: de jaarmutatie van juni die het CBS eerder al vaststelde, stond op 2,9%, exact het cijfer waar de daling vanaf had moeten inzetten volgens de voorafgaande verwachting.
Hoe verhoudt dit zich tot de rest van Europa?
Nederland staat niet alleen met een oplopende inflatie. In België steeg de inflatie in juli naar 3,56%, meldt Business AM, met name gedreven door energie en diensten zoals vliegtickets en bankkosten. De voorlopige Europese HICP-raming wijst op een inflatie van rond de 3,5% in de eurozone als geheel.
Dat plaatst de Nederlandse 3,1% in perspectief: het is geen geïsoleerd Nederlands verschijnsel, maar onderdeel van een bredere Europese beweging waarbij de inflatie deze zomer breed weer wat oploopt.
Elf augustus: de definitieve cijfers
Dit was een snelle raming, dus er komt nog een preciezer beeld. Het CBS publiceert de definitieve CPI-cijfers voor juli op 11 augustus 2026. Pas dan wordt ook duidelijker welke productgroepen precies verantwoordelijk zijn voor de versnelling, iets wat in de snelle raming nog niet uitgesplitst wordt.
Informatief, geen financieel of beleggingsadvies. Today in Finance heeft geen Wft-vergunning; raadpleeg voor geldbeslissingen altijd een gekwalificeerd adviseur.
Reken je in jaarbedragen, dan doet 3,1% inflatie over een heel jaar meer pijn dan het losse maandcijfer van 1,6% doet vermoeden. Op een boodschappenbudget van 400 euro per maand betekent 3,1% prijsstijging op jaarbasis ruim 12 euro extra per maand vergeleken met vorig jaar zomer. Het verschil met januari, toen de inflatie nog op 2,4% stond, tikt op datzelfde bedrag door voor ongeveer 3 euro per maand extra. Pas op 11 augustus wordt met de definitieve CBS-cijfers duidelijk of dit beeld standhoudt.