Coca-Cola trotsert de bezuinigende consument, PepsiCo niet
Coke boekt 5% volumegroei in elk segment, verhoogt jaarprognose naar 9-10% EPS. Waarom Pepsi dezelfde consument als krapper bestempelt.
Terwijl rivaal PepsiCo klaagde over krappere consumentenbudgetten, liet Coca-Cola dinsdag het tegenovergestelde zien: volumegroei in elk rapporterend segment, een omzetbeurt boven verwachting en een verhoogde jaarprognose. De vraag die de resultaten opwerpen is scherp: zegt dit iets over de veerkracht van de consument, of iets over de structurele positie van Coke?
De cijfers: beter op alle fronten
Coca-Cola rapporteerde over het tweede kwartaal van 2026 een aangepaste winst per aandeel van 97 dollarcent en een omzet van 13,38 miljard dollar, zo meldt CNBC. Analisten rekenden op respectievelijk 93 dollarcent en 13,16 miljard dollar (verwachtingen via LSEG-enquête). De nettowinst steeg naar 4,43 miljard dollar (1,03 dollar per aandeel), van 3,81 miljard dollar (89 dollarcent) een jaar eerder. De nettoverkopen namen met 7% toe; de organische omzet, die valuta-effecten en overnames buiten beschouwing laat, groeide met 6%.
Het sterkste signaal is het worldwide unit case volume: een groei van 5%, waarbij elke rapporterende regio positief eindigde. Die maatstaf weerspiegelt de daadwerkelijke vraag naar producten, zonder vertekening door prijsverhogingen of valutaschommelingen. Zelfs in Noord-Amerika, de thuismarkt, was volumegroei zichtbaar. Het aandeel steeg ruim 3% in premarket.
CEO Henrique Braun omschreef de consumentenomgeving als "dynamic" in zijn verklaring, een formulering die zowel de uitdagingen als de weerbaarheid samenvat.
De verhoogde prognose: zelfvertrouwen ingebakken
Minstens zo relevant als het kwartaal zelf is wat Coca-Cola zegt over de rest van 2026. De vergelijkbare EPS-groei wordt nu geprojecteerd op 9% tot 10%, opgehoogd van de eerdere bandbreedte van 8% tot 9%. De organische omzetgroei wordt verwacht op circa 5%, aan de bovenkant van de oorspronkelijke range van 4% tot 5%.
Een guidance-verhoging halverwege het jaar is geen voorzichtige correctie maar een signaal van vertrouwen. Het management zegt daarmee: de vraag die we in Q2 zagen is niet incidenteel.
De tweedeling: Coke vs. Pepsi
De relevantie van deze resultaten wordt zichtbaar in de vergelijking met PepsiCo. Het bedrijf meldde voor Q2 dat shopperbudgetten strakker werden, met zwakkere VS-verkopen in zowel snacks als drankjes als gevolg, zo rapporteerde CNBC eerder deze maand. Pepsi heeft bovendien een zwaarder gewicht aan zoutjes en tussendoortjes in zijn portfolio, categorieën die bij een budgetkrap consument eerder worden geschrapt dan een blikje cola.
Maar de druk op Amerikaanse huishoudens is reëel. De gemiddelde benzineprijs bereikte in de VS eind mei een vierjaarshoogte van 4,56 dollar per gallon, mede als gevolg van de VS-oorlog met Iran en de onzekerheid rondom de Straat van Hormuz, signaleerde CNBC in mei. Hogere brandstofkosten eten direct in op het discretionair besteedbaar inkomen.
Dat Coca-Cola in diezelfde omgeving volumegroei laat zien, ook in Noord-Amerika, vergt een verklaring.
Waarom Coke standhoudt waar Pepsi hapert
Er zijn drie structurele factoren die de divergentie verklaren.
Ten eerste de categorie-hiërarchie. Koolzuurhoudende frisdrank en sportdranken gedragen zich als kleine dagelijkse gewoontes, met een lage eenheidsprijs per consumptie. Consumenten die op snacks bezuinigen, houden hun dagelijkse drankjes relatief lang aan. Een blikje cola is €1,20 bij de supermarkt; het is een van de laatste gewoontes die sneuvelt bij budgettaire druk.
Ten tweede de portfoliospreiding. Coca-Cola's volume is verdeeld over koolzuurhoudende dranken, water, sportdranken (Powerade), koffie (Costa) en vruchtensappen. Als één categorie hapert, compenseren anderen. PepsiCo's omzetmix is voor een groot deel afhankelijk van Frito-Lay, het snackbedrijf dat eerder vol in de wind staat bij een bezuinigende consument.
Ten derde de internationale spreiding. Markten buiten de VS, met name opkomende economieën in Azië, Afrika en Latijns-Amerika, dragen steeds meer bij aan Coke's volumegroei. Waar de Noord-Amerikaanse consument meer moeite heeft, kan elders groei compenseren. Die internationale buffer is voor Coca-Cola structureel sterker dan voor PepsiCo.
Wat de resultaten vertellen over de consument
De Coke/Pepsi-divergentie is geen bewijs dat consumenten het prima maken. Het laat eerder zien dat zij keuzes maken: kleine, goedkope gewoontes worden beschermd; grotere of minder essentiële uitgaven worden als eerste beknot. Coca-Cola profiteert van die prioritering.
Dit maakt de resultaten ook een imperfect gezondheidssignaal voor de brede consumenteneconomie. Dat CEO Braun de omgeving "dynamic" noemt in plaats van "sterk" of "robuust" is veelzeggend. Het klinkt niet als een bedrijf dat vrije baan ziet, maar als een bedrijf dat zijn positie goed genoeg kent om de golf op te rijden.
Kwartaalcijfers die de toon zetten voor Q3
Volgende stap voor Coca-Cola is de rapportage over het derde kwartaal, doorgaans in oktober. De focus zal dan liggen op de vraag of de volumegroei in Noord-Amerika duurzaam is, of het een tijdelijke buffer was in de aanloop naar een bredere consumentenafkoeling.
Voor het bredere beeld van de Amerikaanse consumentenveerkracht zijn de komende weken ook de kwartaalcijfers van Walmart en andere grote retailers richtinggevend. Die geven een completer beeld van waar de bezuinigingen daadwerkelijk vallen.
Informatief, geen financieel of beleggingsadvies. Today in Finance heeft geen Wft-vergunning; raadpleeg voor geldbeslissingen altijd een gekwalificeerd adviseur.