Blijf financieel scherp

Elke dag het belangrijkste financiële en zakelijke nieuws in je inbox. Zodat jij de dag begint met voorsprong.

Gelukt! Check je e-mail

Klik op de bevestigingslink in je inbox om je aanmelding te voltooien. Niet ontvangen binnen 3 minuten? Check je spamfolder.

Oké, bedankt
Klassieke hal met marmeren vloer, Corinthische zuilen en archiefkartonnen dozen gestapeld aan de zijkant.
Trump-heffingen onwettig: terugbetaling blijft uit

Trump-heffingen onwettig, maar 143 miljard euro terugkrijgen is een ander verhaal

Het Hooggerechtshof verklaarde Trumps importheffingen onwettig, maar de VS weigert automatisch terug te betalen. Wat dat betekent voor Heineken.

Naomi de Vries profile image
door Naomi de Vries

Het Amerikaanse ministerie van Justitie (DOJ) probeert te voorkomen dat de overheid 166 miljard dollar aan onwettige importheffingen automatisch terugbetaalt. In beroep bij een federaal hof betwist het DOJ een rechterlijk bevel dat de douane verplichtte alle geïnde heffingen opnieuw te berekenen en terug te storten. De strategie is helder: wie geld wil zien, moet zelf naar de rechter.

Dat is opmerkelijk, omdat het Amerikaanse Hooggerechtshof in februari 2026 al had geoordeeld dat Trump een groot deel van zijn importheffingen onrechtmatig had opgelegd. De president had zich daarvoor beroepen op de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA) uit 1977, een noodwet die hem naar eigen zeggen de bevoegdheid gaf om eenzijdig heffingen op te leggen. Het Hooggerechtshof dacht daar anders over: het recht om buitenlandse handel te reguleren ligt bij het Congres, niet uitsluitend bij de uitvoerende macht. De zogeheten wederkerige heffingen die Trump in 2025 aankondigde, vielen daarmee als eerste.

De overheid trekt de juridische rem op

De uitspraak van het Hooggerechtshof was een zware nederlaag voor Trumps handelsbeleid. Maar een rechterlijk oordeel dat heffingen onwettig zijn, is niet hetzelfde als een automatische terugbetaling. Dat onderscheid probeert de Trump-regering nu ten volle te benutten.

U.S. Customs and Border Protection (CBP), de Amerikaanse douanedienst, opende in april 2026 een onlineportaal waar importeurs terugbetalingsclaims konden indienen. Binnen weken trok het DOJ juridisch aan de rem. De positie van het ministerie: de douane is niet bevoegd geld terug te betalen zonder een afzonderlijk rechterlijk bevel per geval. Wie zijn geld terug wil, moet individueel procederen.

Als dit standpunt standhoudt bij het federale hof, verandert het karakter van de terugbetaling fundamenteel. Uit een gestructureerde, centrale procedure ontstaat dan een lawine van individuele rechtszaken, elk met eigen tijdlijnen, eigen proceskosten en eigen onzekerheid over de uitkomst.

Waarom de regering deze strategie kiest

De financiële logica is eenvoudig. 166 miljard dollar, omgerekend circa 143 miljard euro, is een bedrag dat de federale cashflow direct raakt als het in korte tijd moet worden uitbetaald. Door terugbetaling te koppelen aan individuele rechtszaken, spreidt de overheid de uitstroom over jaren, mogelijk een decennium.

Daar komt een strategisch argument bij. Automatische terugbetaling zou een precedent vestigen: dat de uitvoerende macht gehouden is onwettig geïnde belastingen actief terug te storten, zonder dat claimanten hoeven te procederen. Dat precedent wil de Trump-regering niet scheppen. Door te stellen dat CBP daartoe niet bevoegd is, probeert het DOJ de reikwijdte van de Hooggerechtshof-uitspraak procedureel in te perken.

Een derde factor is vertraging. Zelfs als importeurs uiteindelijk gelijk krijgen, kost elke individuele zaak tijd. Hoe langer het duurt, hoe groter de kans dat politieke omstandigheden veranderen, dat bedrijven afhaken of dat schikkingen worden getroffen voor minder dan het volledige bedrag.

Heineken en de Europese claimmarathon

Voor Europese exporteurs die in 2025 en vroeg 2026 heffingen betaalden, betekent de DOJ-strategie dat het terugkrijgen van betaald geld een juridische operatie wordt. Heineken behoort tot de Nederlandse bedrijven die zegt te veel te hebben afgedragen. Het bedrijf liet eind april 2026 weten een rechtszaak tegen de Amerikaanse regering te overwegen om de te veel betaalde heffingen terug te vorderen.

Heineken is daarmee exemplarisch voor een bredere categorie: Europese exporteurs met significante Amerikaanse afzetmarkten, die onder de wederkerige heffingen fors hebben bijbetaald. Voor die bedrijven is de vraag nu niet of ze recht hebben op terugbetaling, dat heeft het Hooggerechtshof beantwoord, maar hoe kostbaar en tijdrovend het traject wordt om dat recht te verzilveren.

Kleine en middelgrote exporteurs staan hierbij voor een harder dilemma dan multinationals. Een rechtszaak in de Verenigde Staten vereist Amerikaanse juridische bijstand, kost geld en tijd, en biedt geen garantie op volledige vergoeding van proceskosten. Voor bedrijven met bescheiden heffingsclaims kan de kosten-batenafweging snel negatief uitvallen, wat de regering feitelijk een financieel voordeel oplevert zonder rechterlijke uitspraak.

De precedentwaarde voor handelsvertrouwen

Achter de juridische manoeuvres speelt een bredere vraag: wat betekent dit voor de geloofwaardigheid van het Amerikaanse rechtssysteem als handelspartner? Het Hooggerechtshof heeft gesproken. Dat de uitvoerende macht vervolgens via procedurele argumenten de uitvoering van dat oordeel probeert te vertragen of te beperken, zal niet onopgemerkt blijven bij internationale handelspartners en bij de Europese Commissie, die de belangen van Europese exporteurs in de Wereldhandelsorganisatie (WTO) vertegenwoordigt.

De IEEPA-uitspraak raakte al aan een fundamenteel principe: dat presidentiële handelsbevoegdheid grenzen heeft. Als de vervolgstap is dat ook de financiële consequenties van een onwettige handelspolitiek via procedurele omwegen worden afgewend, versterkt dat het beeld van een handelsregime dat internationale regels selectief respecteert.

Vooruitblik

Het DOJ-beroep ligt nu bij een federaal hof van beroep. De uitkomst bepaalt of CBP automatisch moet terugbetalen of dat importeurs individueel moeten procederen. Heineken en andere claimanten zullen de uitspraak nauwlettend volgen: als het beroep van het DOJ slaagt, is een rechtszaak voor hen niet langer een optie maar een noodzaak. Wordt het beroep verworpen, dan herleeft de druk op CBP om het centrale portaal operationeel te maken en de terugbetalingen gestructureerd te verwerken.


Bronnen: U.S. Department of Justice, U.S. Supreme Court, U.S. Customs and Border Protection, Heineken

Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiele beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.

Naomi de Vries profile image
door Naomi de Vries

Blijf financieel scherp

Elke dag het belangrijkste financiële en zakelijke nieuws in je inbox. Zodat jij de dag begint met voorsprong.

Gelukt! Check je e-mail

To complete Subscribe, click the confirmation link in your inbox. If it doesn’t arrive within 3 minutes, check your spam folder.

Oké, bedankt

Lees meer