Heinen schrijft een Voorjaarsnota die op de dag van publicatie alweer achterhaald is
Het begrotingstekort komt uit op 2,9 procent van het bbp, een tiende onder de Europese plafondwaarde. Op papier degelijk, in de praktijk een marge die zo dun is dat één extra schok de cijfers omver duwt.
Minister van Financiën Eelco Heinen overhandigde op 27 maart de Voorjaarsnota 2026 aan beide Kamers. Eind april volgde het Kamerdebat. Tussen die twee data lag een tijdsbestek van vier weken waarin de aannames van het document werden ingehaald door de werkelijkheid. Heinen zei het zelf bij de presentatie: de internationale situatie verslechtert in een hoog tempo, en daarmee was de nota al achterhaald op het moment dat hij hem publiceerde. Zelden viel de uitspraak van een minister van Financiën zo letterlijk samen met de cijfers in zijn eigen stuk.
Op het randje van Brussel
De kerncijfers ogen op zichzelf netjes. Het begrotingstekort komt voor 2026 uit op 2,9 procent van het bruto binnenlands product, precies onder het Europese plafond van 3 procent uit het Stabiliteits- en Groeipact. De staatsschuld blijft rond 50 procent van het bbp, ruim onder de Europese norm van 60 procent. Vergeleken met de zware lasten van Frankrijk, Italië en België, waar de staatsschuld respectievelijk ruim boven 100 procent van het bbp ligt, staat Nederland er comfortabel voor.
Maar het tekortcijfer verbergt hoe dun de marge is. Onder de Europese begrotingsregels mag het tekort niet boven 3 procent uitkomen, en bij overschrijding volgt in beginsel een buitensporigtekortprocedure. Met 2,9 procent zit Nederland één tiende procentpunt onder die grens. Op een bbp van iets meer dan 1.100 miljard euro betekent dat een speelruimte van ongeveer 11 miljard euro voordat de Europese Commissie formeel ingrijpt. Voor een departement dat vorig jaar 486 miljard euro heeft uitgegeven, is dat een buffer die snel kan verdampen.
JA21 noemde het in het debat balanceren op het randje. De VVD prees dezelfde cijfers als degelijk financieel beleid. Beide kenschetsen kloppen tegelijk: de begroting is op zichzelf gedekt, alle tegenvallers zoals lagere gasbaten en het arrest over de liquidatieverliesrekening zijn binnen de begrotingsregels verwerkt, en het inkomsten- en uitgavenkader sluit over de volledige periode. Wat ontbreekt, is reservecapaciteit voor wat er ná de publicatiedatum gebeurt.
De Iran-rekening die er nog bij komt
De Voorjaarsnota is geschreven in de aanname van olieprijzen onder de honderd dollar en stabiele gasvoorziening uit de Golfregio. Inmiddels is geen van beide aannames houdbaar. De zeeblokkade in en rond Hormuz heeft de Brent-prijs tijdelijk over de honderd dollar geduwd, de Europese gasprijzen zijn meegelopen, en de doorwerking naar consumentenprijzen ligt nu op tafel. Het CPB rekende in zijn Centraal Economisch Plan van 12 maart, vóór de escalatie, met een bbp-groei van 1,4 procent in 2026 en koopkracht plus 1,4 procent. Het bureau merkte daar destijds al bij op dat de eigen ramingen de hogere energieprijzen van de twee weken vóór publicatie nog niet hadden meegenomen, en dat marktverwachtingen voor gas en olie de inflatie in 2026 met circa 0,6 procentpunt zouden verhogen. Dat was vóór de blokkade.
De druk op het kabinet om een tweede steunpakket te lanceren neemt toe. PVV-Kamerlid Van Dijck noemde in het debat de huidige situatie "de grootste energiecrisis ooit" en eiste prioriteit voor betaalbare brandstof en een behapbare energierekening. Heinen heeft tot nu toe geweigerd toe te zeggen, met de mededeling dat hij eerst in kaart wil brengen wat de internationale situatie doet met de Nederlandse economie, koopkracht en bedrijven. Augustus is het door de minister genoemde moment voor een eventueel volgend voorstel.
Vanuit puur fiscaal perspectief is die terughoudendheid logisch. Een nieuw breed compensatiepakket op de schaal van de energietoeslagen uit 2022 en 2023 zou de 2,9 procent eenvoudig over de Europese drempel duwen, met alle politieke gevolgen van dien. Het kabinet heeft eerder al ingegrepen met een gerichter pakket (vergoeding reiskosten omhoog, MRB voor ondernemers omlaag, startersaftrek geschrapt) zonder de begroting fundamenteel om te gooien.
Waar het geld heen gaat
Onder de politieke koppen liggen structurele uitgavenstijgingen die de marge nog verder zullen aantasten. De overheidsuitgaven groeien dit jaar door naar 486 miljard euro en die curve buigt niet om. Defensie krijgt 1,2 miljard euro structureel extra. De zorgkosten daalden weliswaar met enkele honderden miljoenen euro's ten opzichte van eerdere ramingen, maar de zorgsector blijft samen met sociale zekerheid de grootste uitgavenpost van de begroting. Het CPB voorzag in maart dat het EMU-saldo verslechtert van -1,6 procent in 2025 naar -1,9 procent in 2027 door hogere uitgaven aan defensie, zorg en sociale zekerheid.
De dekking voor 2026 is gevonden, maar de structuur erachter wordt op middellange termijn een probleem. Wie nu doorrekent wat een combinatie van een aanhoudende oliecrisis, oplopende defensie-uitgaven, hogere rentelasten op de staatsschuld en een mogelijk koopkrachtpakket betekent, ziet de 2,9 procent snel naar 3,5 of 4 procent kruipen. Dat is niet noodzakelijkerwijs een doemscenario, maar het is wel het scenario waarvoor in deze Voorjaarsnota geen ruimte is gereserveerd.
Het echte rekenwerk komt in augustus
Wat deze Voorjaarsnota laat zien, is geen begroting in crisis maar een begroting zonder buffer. Het verschil is essentieel. Een begroting in crisis is een begroting die niet sluit. Deze sluit, alle posten zijn gedekt, en de Europese normen worden gehaald. Een begroting zonder buffer is een begroting die geen volgende schok kan absorberen zonder daarvoor extra ruimte te creëren, hetzij via bezuinigingen, hetzij via belastingverhogingen, hetzij via overschrijding van de Europese normen.
De Tweede Kamer stemt op 12 mei over de moties die tijdens het debat zijn ingediend, en op 9 juni over de amendementen. Die uitkomsten zullen de marges hooguit nog wat verder bijstellen, maar het echte rekenwerk staat gepland voor augustus, wanneer Heinen zou komen met een eventueel koopkrachtpakket op basis van de dan bekende cijfers over olieprijs, gasprijs en doorwerking naar de consumentenprijsindex. Dat is het moment waarop blijkt of Nederland kiest voor budgettaire degelijkheid of voor budgettaire compensatie. Wie nu naar de cijfers kijkt, ziet dat het kabinet die keuze niet allebei tegelijk kan maken.
Voor wie de Nederlandse economie volgt, is dit dan ook geen klassiek begrotingsdebat. Het is een vooruitblik op de echte begrotingsbeslissing, die ergens tussen Prinsjesdag 2026 en Voorjaarsnota 2027 valt. De cijfers in de Voorjaarsnota 2026 vertellen, met de marge van één tiende procentpunt, op voorhand al hoe weinig speelruimte daarbij overblijft.
Bronnen
Tweede Kamer, Rijksoverheid, NOS, EW Magazine, CPB, Accountant.nl
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiële beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.