Google verliest op meerdere fronten in Europa: Stockholm-rechtbank veroordeelt tot 1,76 miljard euro aan Klarna
Een Stockholmse rechtbank veroordeelt Google tot 1,76 miljard euro aan Klarna. De zoveelste domino na het EC-precedent van 2017.
Een Zweedse rechtbank veroordeelde Google op 1 juli tot betaling van bijna 1,76 miljard euro aan Pricerunner, een dochteronderneming van het Zweedse fintech-bedrijf Klarna. De Octrooi- en Marktrechtbank in Stockholm noemt het "zonder twijfel de grootste toewijzing ooit in een Zweedse mededingingszaak." Het vonnis is de meest recente domino in een cascade van Europese schadeclaims die allemaal terugleiden naar één besluit: de Europese Commissie-boete uit 2017.
Het vonnis: groot, maar kleiner dan geëist
Pricerunner eiste oorspronkelijk 80 miljard Zweedse kroon, omgerekend zo'n 7,2 miljard euro. De rechtbank wees het grootste deel van die claim af en kende uiteindelijk bijna 1,76 miljard euro toe. Het getal is historisch voor Zweden, maar het contrast tussen wat geëist en wat toegewezen werd, is illustratief: Europese rechtbanken honoreren dit soort mededingingsclaims, maar corrigeren ze ook stevig naar beneden.
De kern van de zaak is dat Google meer dan tien jaar lang zijn dominante positie als zoekmachine zou hebben misbruikt door zijn eigen prijsvergelijkingsdienst bovenaan de zoekresultaten te plaatsen, ten koste van onafhankelijke concurrenten als Pricerunner. Die verdrongen positie vertaalde zich in lagere inkomsten voor de portalen en, aldus Klarna, hogere prijzen voor consumenten.
Dan Greaves, hoofd beleid en communicatie bij Klarna, stelde na de uitspraak dat eerlijke concurrentie leidt tot hogere kwaliteit en lagere kosten voor het grote publiek. Google is het oneens met het oordeel en overweegt beroep. Een woordvoerder van het bedrijf wees erop dat aanpassingen aan het platform uit 2017 aantoonbaar werken en groei en banen opleveren voor honderden prijsvergelijkers in Europa.
Het mechanisme: één EC-boete, een golf van private claims
Om de Stockholm-uitspraak te begrijpen, moet je terug naar 2017. De Europese Commissie legde Google toen een boete op van 2,4 miljard euro wegens misbruik van zijn zoekdominantie in de zogenoemde Google Shopping-zaak. Dat besluit deed meer dan een boete opleggen: het vestigde een juridisch precedent. Doordat de Commissie formeel vaststelde dat Google de mededingingsregels had geschonden, konden bedrijven die stelden schade te hebben geleden relatief eenvoudiger vervolgclaims indienen bij nationale rechtbanken, zonder het mededingingsbedrog zelf opnieuw te hoeven bewijzen.
Veel van die zaken lagen jarenlang stil terwijl Google de oorspronkelijke Commissie-boete aanvocht. Zodra de hogerberoepsprocedures uiteindelijk definitief werden afgerond, kwamen de private schadeclaims in beweging. Berlijn ging vorig jaar al voor: een rechtbank veroordeelde Google tot een schadevergoeding van 573 miljoen euro aan twee Duitse prijsvergelijkers. Stockholm voegde daar op 1 juli 1,76 miljard euro aan toe.
Dat patroon, één publiekrechtelijke boete als vliegwiel voor een pan-Europese golf van privaatrechtelijke claims, is precies wat mededingingsautoriteiten in de EU al langer proberen te bewerkstelligen. De schaalvergroting is inmiddels tastbaar.
Parallel: de Android-boete van 4,3 miljard euro blijft staan
De Stockholm-uitspraak valt samen met een tweede tegenvaller voor Google in Europa. Het Europees Hof bevestigde onlangs dat Google de boete van 4,3 miljard euro in de Android-zaak alsnog moet betalen. De Europese Commissie had deze boete acht jaar geleden opgelegd wegens machtsmisbruik rondom het mobiele besturingssysteem Android. Google heeft deze procedure jarenlang gevoerd, maar verliest nu definitief.
De twee zaken zijn juridisch gescheiden, maar samen schetsen ze een duidelijk beeld: Google staat in Europa op meerdere fronten tegelijk onder druk, en de rechtbanken volgen de lijn van de Commissie consequent.
Keerpunt voor big-tech-aansprakelijkheid?
De vraag die de combinatie van al deze uitspraken oproept, is of big-tech-aansprakelijkheid in Europa nu werkelijk afdwingbaar is geworden. Jarenlang was het antwoord gemengd: de Commissie legde grote boetes op, maar inning duurde eindeloos en private partijen hadden moeite schade aan te tonen en vergoed te krijgen.
De Berlijn- en Stockholm-uitspraken suggereren dat die balans aan het verschuiven is. De logica is structureel: zodra een publiekrechtelijke inbreukbeslissing vaststaat, wordt het privaatrechtelijk schadeverhaal een stuk eenvoudiger. Bedrijven die beweren schade te hebben geleden, kunnen voortbouwen op het juridische fundament dat de toezichthouder al heeft gelegd. De precedentwaarde van Stockholm is dus niet alleen zijn omvang, maar vooral de bevestiging dat dit soort claims kansrijk is.
Daarmee wordt het EC-besluit van 2017 retroactief een krachtiger instrument dan het misschien oorspronkelijk leek: niet één boete, maar een startschot voor jaren aan vervolgprocedures.
Wat volgt
Google kan beroep aantekenen tegen het Stockholm-vonnis; het bedrijf heeft aangegeven dit te overwegen. Zolang die procedure loopt, staat de uitbetaling van de 1,76 miljard euro niet vast. Tegelijk zijn vergelijkbare claims van andere Europese prijsvergelijkers niet uitgesloten nu het precedent in meerdere landen juridisch is bevestigd. De aankondiging van het vonnis stuwde het aandeel Klarna voorbeurs met 5,3% omhoog; het aandeel Alphabet reageerde nauwelijks, wat aangeeft dat de markt dit langlopende risico al grotendeels had ingeprijsd.
Bronnen: Stockholm Octrooi- en Marktrechtbank, Europese Commissie, Bloomberg, Klarna
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiele beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.