Franse arbeidsmarkt op laagste punt sinds 2018: wat de cijfers nog niet vertellen
Franse wervingsplannen dalen 6,5% naar het laagste niveau sinds 2018. En de klap van het Midden-Oostenconflict zit er nog niet in.
Franse werkgevers plannen in 2026 2,27 miljoen wervingen, een daling van 6,5% ten opzichte van 2025. Het is het laagste niveau in acht jaar. Maar het meest verontrustende gegeven staat niet in de cijfers zelf: de enquête sloot in december 2025, ruim vóór de escalatie in het Midden-Oosten en de brandstofprijsschok die daarop volgde. Wat we nu zien, is al een verslechtering. De werkelijke situatie in 2026 kan aanzienlijk zwakker uitpakken.
De omvang van de terugval
Uit de jaarlijkse enquête Besoins en main-d'œuvre (BMO) van France Travail, de Franse publieke arbeidsdienst, blijkt dat het aantal wervingsplannen daalt met 158.000 projecten ten opzichte van 2025. Ten opzichte van het piekjaar 2023, toen werkgevers nog 3,04 miljoen wervingen planden, bedraagt de totale terugval inmiddels 764.400 projecten. Dat is een krimp van ruim 25% in drie jaar.
De enquête werd uitgevoerd onder 1,77 miljoen vestigingen, waarvan 416.000 reacties werden verwerkt en gewogen om representatief te zijn voor het volledige Franse bedrijfsleven. Minder dan een kwart van de ondervraagde bedrijven, namelijk 23,3%, zegt dit jaar te gaan werven. Vorig jaar was dat nog 24,1%.
Thibaut Guilluy, directeur-generaal van France Travail, nuanceert de uitkomst enigszins: "We zitten in een periode waarin het vertrouwen en de zichtbaarheid voor de toekomst niet altijd eenvoudig is voor ondernemers om zich te projecteren." Hij wijst er daarbij op dat het huidige niveau vergelijkbaar is met 2018, "dat vrij dynamisch was." De vergelijking is niet onterecht, maar ze verhult een trend die moeilijk te negeren is.
Grote bedrijven en de digitale sector als breekpunten
De sectoruitsplitsing maakt de aard van de verzwakking concreter:
| Sector | Verandering t.o.v. 2025 |
|---|---|
| Digitaal & telecom | -25% |
| Bouw | -16,4% |
| Dienstverlening aan bedrijven | -10,1% |
| Industrie | -2% |
| Gezondheidszorg | +0,8% |
De daling in de digitale sector springt eruit. Technologie en telecom waren tot voor kort juist de sectoren die de arbeidsmarkt droegen; een krimp van een kwart in wervingsplannen wijst op een fundamentele heroverweging van groeiambities. De bouwsector, al kwetsbaar door hoge materiaalkosten en afnemende woningbouwinvesteringen, volgt op grote afstand.
Opvallend is ook de verdeling naar bedrijfsgrootte. Werkgevers met meer dan 200 werknemers zien hun wervingsplannen met bijna 13% dalen. Dat is meer dan twee keer de gemiddelde daling van 6,5%. Grote bedrijven fungeren doorgaans als stabiliserende kracht op de arbeidsmarkt; zij kunnen economische schommelingen beter opvangen dan kleine ondernemingen. Dat juist zij nu het sterkst terugschakelen, is een ongunstig signaal. In 2026 zullen twee op de drie wervingen bij kleine bedrijven plaatsvinden, een verschuiving die de kwetsbaarheid van de arbeidsmarkt vergroot.
De contractverschuiving: onzekerheid inprijzen
Misschien wel het meest veelzeggende detail uit de BMO-enquête is de verschuiving in contracttypes. Werkgevers kiezen steeds vaker voor kortetermijncontracten:
| Contracttype | 2025 | 2026 |
|---|---|---|
| CDI (vast contract) | 43,8% | 41,0% |
| CDD ≥ 6 maanden | 19,5% | 17,2% |
| CDD < 6 maanden | 36,7% | 41,8% |
Het aandeel vaste contracten daalt van 43,8% naar 41,0%. Het aandeel kortlopende contracten van minder dan zes maanden stijgt van 36,7% naar 41,8%. Werkgevers wíllen wel mensen aannemen, maar binden zich liever niet. Ze willen flexibiliteit, geen commitment. Dit patroon is kenmerkend voor economische periodes waarin de vooruitzichten onduidelijk zijn: bedrijven anticiperen op tegenwind door hun personeelskosten variabel te houden.
De verschuiving is ook zichtbaar in de motieven voor werving. Tijdelijke piekactiviteit is met 40,7% veruit de belangrijkste reden om te werven, gevolgd door vervanging van definitieve vertrekken zoals pensioen (25,8%) en nieuwe activiteiten (22,2%). Uitbreiding van de structurele capaciteit staat dus niet hoog op de agenda.
Wat dit betekent voor de eurozone
Frankrijk is de tweede economie van de eurozone. Een structurele afkoeling van de Franse arbeidsmarkt heeft directe doorwerking op de brede eurozone-groeiramingen. De Europese Centrale Bank volgt de arbeidsmarktontwikkelingen nauwgezet, niet alleen als indicator voor de conjunctuur maar ook als maatstaf voor loondruk en diensteninflatie. Een verzwakkende arbeidsmarkt in het kernland van de eurozone geeft de ECB ruimte om haar renteverlagingscyclus voort te zetten, maar het signaleert tegelijkertijd dat de transmissie van eerder monetair beleid nog niet volledig heeft doorgewerkt.
De geopolitieke onzekerheid speelt hierbij een versterkende rol. De escalatie in het Midden-Oosten en de daaruit voortvloeiende druk op brandstofprijzen kunnen via meerdere kanalen doorwerken in de Franse en Europese economie: hogere energiekosten voor industriële bedrijven, logistieke verstoringen via kritieke scheepvaartroutes, en verslechtering van consumentenvertrouwen. Deze factoren zijn in de BMO-enquête nog niet verwerkt, omdat de dataverzameling al in december 2025 afsloot.
Wervingsmoeilijkheden dalen: een schrale troost
Eén positieve noot verdient vermelding. Het aandeel wervingsplannen dat door werkgevers als 'moeilijk' wordt beschouwd, daalt met 6,3 procentpunt naar 43,8%. In de financiële sector en verzekeringen daalt dit met 14,1 procentpunt, in de rubber- en kunststofsector met 11,8 procentpunt. Minder krapte klinkt als goed nieuws, maar de oorzaak is dubbel: deels is de krapte structureel afgenomen, deels is er simpelweg minder vraag naar personeel. Een ruimere arbeidsmarkt kan ook de uitkomst zijn van een afkoelende economie.
Vooruitblik
De werkelijke omvang van de arbeidsmarktvertraging wordt pas zichtbaar in latere enquêtes, die wél de periode na de geopolitieke escalatie omvatten. France Travail publiceert in de komende weken regionale uitsplitsingen en aanvullende sectordata. Daarnaast volgen de bijgestelde economische projecties van de ECB, die een bredere beoordeling van de eurozone-arbeidsmarkt zullen bevatten. De data die nu voorligt, schetst een zorgelijk beeld; de data die nog moet komen, zal dat beeld waarschijnlijk niet verbeteren.
Bronnen: France Travail (BMO-enquête 2026), Le Figaro, Sud Ouest, BFM TV
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiele beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.