Amerikaans beroepshof zet uitspraak tegen Trump-tarieven op pauze
Het US Federal Circuit houdt Trump's 10%-tarieven voorlopig overeind voor drie eisers. Wat betekent deze procedurele pauze, en wat staat er écht op het spel?
Het Amerikaanse beroepshof voor de federale rechtskring heeft op dinsdag 12 mei 2026 een tijdelijke administratieve pauze uitgevaardigd die een eerdere uitspraak van een lagere rechter tegen Trumps 10% wereldwijde importtarieven buiten werking stelt. De tarieven blijven daarmee voorlopig in stand, ook voor de drie partijen die vrijdag nog een gedeeltelijke ontheffing hadden gewonnen.
Dit is procedureel nieuws, geen inhoudelijk oordeel. Maar het raakt wel aan een fundamentele vraag: op welke juridische basis kan de Amerikaanse president eigenhandig brede handelstarieven opleggen?
Wat er vrijdag gebeurde, en wat er dinsdag veranderde
Op vrijdag 8 mei 2026 oordeelde het US Court of International Trade dat de 10% wereldwijde tarieven niet gerechtvaardigd waren op grond van een handelswet uit 1974. Twee bedrijven en de staat Washington, die als importeur kwalificeerde omdat de University of Washington tarieven had betaald op ingevoerde goederen, hadden de zaak aangespannen. De lagere rechter gaf hen gelijk en stelde de tarieven voor die drie partijen buiten werking.
Vier dagen later, op dinsdag 12 mei, greep het Federal Circuit in. Het beroepshof legde een tijdelijke administratieve pauze op die de uitspraak van de lagere rechter opschort. Dat betekent dat de tarieven opnieuw van kracht zijn voor de drie eisers, terwijl het beroepshof beslist of het de pauze wil verlengen.
Een administratieve stay is een procedureel instrument. Het beroepshof spreekt zich er niet mee uit over de vraag of de tarieven rechtmatig zijn. Die vraag ligt nu bij het Federal Circuit, maar daar is nog geen oordeel over geveld.
De juridische basis onder druk
De tarieven traden in februari 2026 in werking. Trump beriep zich daarbij op een handelswet uit 1974, die de president bevoegdheid geeft om tijdelijke tarieven in te stellen bij grote problemen met de betalingsbalans. Die wet stelt grenzen: maximaal 15% tarief en een looptijd van maximaal 150 dagen, tenzij het Congress de maatregel verlengt.
Dit was niet de eerste juridische route die de administratie probeerde. Eerder in 2025 schafte het Supreme Court het grootste deel van Trumps tarieven af die waren gebaseerd op de International Emergency Economic Powers Act, kortweg IEEPA. Na dat verlies koos de administratie voor de handelswet uit 1974 als nieuwe juridische grondslag. Ook die basis staat nu onder druk, nu de lagere rechter heeft geoordeeld dat de wet de tarieven niet rechtvaardigt.
Als ook deze route juridisch strandt, resteert eigenlijk maar één weg voor brede importtarieven: toestemming van het Congress. Dat is politiek een heel andere exercitie dan een presidentieel besluit.
Een gevecht om weinig tijd
Hier ligt een opmerkelijke spanning in de zaak. De tarieven zijn tijdelijk van aard: zonder verlenging door het Congress lopen ze af in juli 2026. De juridische strijd gaat dus over een maatregel die over minder dan twee maanden automatisch vervalt, tenzij wetgevers ingrijpen.
De eisers hebben zeven dagen om bezwaar te maken tegen een langere pauze. Daarna beslist het Federal Circuit of het de opschorting van de uitspraak verder voortzet. Zelfs als het beroepshof snel handelt, is de kans reëel dat de tarieven gewoon aflopen voordat er een definitief inhoudelijk oordeel ligt.
Dat maakt de zaak juridisch misschien minder urgent dan ze lijkt, maar voor de langere termijn is ze des te belangrijker. De vraag of de handelswet uit 1974 een afdoende grondslag biedt voor wereldwijde tarieven van deze omvang, bepaalt mede hoeveel speelruimte een Amerikaanse president in de toekomst heeft op handelsgebied zonder betrokkenheid van het Congress.
Wat volgt
Binnen zeven dagen moeten de eisers reageren op de tijdelijke pauze, waarna het Federal Circuit beslist over een langere opschorting. De werkelijke deadline ligt in juli 2026: dan verlopen de tarieven automatisch tenzij het Congress ze verlengt. Of die verlenging er komt, is nu al even belangrijk als de juridische uitkomst.
Bronnen: New York Post, Reuters, Handelsblatt
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiële beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.