De Fed zit klem: inflatie boven 4%, maar de rente beweegt niet
Inflatie boven 4%, de markt prijst verhogingen in, maar economen verwachten geen actie. Waarom de Fed vastzit en wat olie ermee te maken heeft.
Inflatie draait op meer dan twee keer het officiële doel, de markt verwacht twee renteverhogingen en negen van de negentien beleidsmakers zien nog minstens één verhoging komen. Toch houdt de Federal Reserve de rente steady op 3,50%-3,75%, en verwacht een ruime meerderheid van economen dat dit de rest van 2026 zo blijft. Zelden lagen markt, economen en commissie zo ver uit elkaar over het meest bepalende beleidsinstrument ter wereld.
Drie partijen, drie visies
De spanning is niet te verbergen. Uit een Reuters-enquête onder economen van 23 tot 25 juni blijkt dat meer dan driekwart van de respondenten verwacht dat de rente de rest van 2026 ongewijzigd blijft. Dat is een snelle verschuiving: een maand eerder lag die verhouding nog net onder de 50%. Vóór de junivergadering was het circa 70%. De projecties in de enquête zijn inmiddels verschoven naar een ongewijzigde rente tot eind 2027, terwijl dezelfde economen weken eerder nog een verlaging voorzagen. Bijna 40% van de respondenten heeft zijn renteverwachting opnieuw naar boven bijgesteld.
Terwijl de economenpanel richting hold convergeert, prijst de markt twee verhogingen in. En de Fed zelf? Die is ronduit verdeeld. Uit de kwartaalprojecties die de Fed vorige week publiceerde, blijkt dat negen van de negentien beleidsmakers verwachten dat de rente vóór eind 2026 minstens één keer omhoog gaat. Voorzitter Kevin Warsh ontweek de stemming.
Waarom de Fed niet hikt terwijl inflatie boven 4% staat
De redenering van de meerderheid rust op twee pijlers. Ten eerste is de olieprijsdaling na het einde van het VS-Israëlische conflict met Iran een materiële factor. De olieprijzen zijn teruggevallen naar het niveau van februari, vóór de escalatie begon. Lagere energieprijzen werken direct door in de inflatie-indicatoren, zowel via brandstofkosten als via transportprijzen door de hele economie. Dat dempt de urgentie voor additionele verkrapping.
Josh Hirt, senior Amerikaans econoom bij Vanguard, verwoordde de logica scherp. Hij verwachtte eerder dit jaar nog een verlaging en heeft die verwachting inmiddels verlaten, maar hij ziet hold als het meest aangewezen beleid: "At the moment, holding rather than hiking is the most appropriate stance." Tegelijkertijd erkent hij de verdeeldheid in het beleidscomité: "The committee is effectively split right down the middle, there are a couple that would be swayed by this aggressive move in energy prices."
Zijn waarschuwing is even helder: als de data niet in de goede richting blijven bewegen, wordt een verhoging moeilijk te vermijden. "If we continue to get data that moves in this direction, it's going to be extremely difficult to justify not moving rates higher."
Ten tweede spelen de macro-indicatoren een dubbelzinnige rol. De groei is solide en de arbeidsmarkt verbetert, wat doorgaans als argument voor hogere rentes geldt. Maar diezelfde robuustheid maakt wachten minder riskant: de economie overleeft een langere periode van restrictief beleid zonder te bezwijken.
Warsh schrapt de routekaart
Wat dit Fed-tijdperk fundamenteel anders maakt, is de communicatiestijl van Kevin Warsh. De nieuwe voorzitter sprak deze week op het jaarlijkse ECB-forum in Sintra, Portugal, en herhaalde dat de Fed geen traditionele forward guidance meer geeft over toekomstige rentebesluiten. Besluiten worden op basis van binnenkomende data genomen, niet op basis van vooraf gecommuniceerde trajecten.
Warsh onderstreepte dat prijsstabiliteit de primaire doelstelling van de Fed blijft en wees suggesties van politieke druk expliciet af. Hij erkende dat de prijsrisico's de afgelopen weken zijn afgenomen, maar hield vast aan het 2%-doel als enige ijkpunt. Zijn boodschap was precies wat hij wilde zeggen: weinig concreets over richting, veel nadruk op onafhankelijkheid.
Die afschaffing van forward guidance heeft reële markteffecten. Beleggers kunnen niet langer leunen op signalen van de voorzitter om toekomstige besluiten in te prijzen. Het gevolg is meer volatiliteit rondom vergaderdata en een grotere rol voor data-publicaties zoals het banenrapport en de CPI. De yen speelt in dat marktlandschap een eigen rol: zoals TIF eerder berichtte, zit de Japanse munt in een gevecht met Fed-beleid via de rentedifferentialen, en een langere hold in Washington houdt die spanning levend.
De spil: olieprijzen en de volgende data
De hamvraag voor de tweede helft van 2026 is of de olieprijsdaling structureel of tijdelijk is. Als energieprijzen op het huidige niveau stabiliseren, koelen de inflatiecijfers geleidelijk af en wordt hold beter te verdedigen. Als ze terugveren, of als diensteninflatie hardnekkig hoog blijft, slinkt de manoeuvreerruimte.
Hirt schetste dit als het centrale scenario voor de commissieleden die twijfelen: de energieprijsontwikkeling kan precies het argument worden dat de zwaaiende leden overtuigt richting een verhoging. Negen van de negentien zien die verhoging al komen; de vraag is of de data de andere tien de komende maanden overtuigt.
Vooruitblik
De eerstvolgende Fed-vergadering is op 29 en 30 juli 2026. Tegen die tijd liggen er twee nieuwe CPI-publicaties en een banenrapport op tafel. Als de inflatie niet duidelijk daalt, groeit de druk op de commissiemeerderheid die nu voor hold staat. Warsh heeft de spelregels veranderd: hij communiceert geen richting vooraf. Dat maakt de vergadering van juli meer onzeker dan markten gewend zijn.
Bronnen: Federal Reserve, Reuters, Vanguard, ECB-forum Sintra
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiële beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.