Export trok de kar: meer dan de helft van de Nederlandse groei in 2025 kwam uit uitvoer
Nederland groeide 1,6% in 2025, maar meer dan de helft van die groei kwam uit uitvoer. CBS-cijfers tonen de exportafhankelijkheid én de kwetsbaarheid.
De Nederlandse economie groeide in 2025 met 1,6 procent, maar het verhaal achter dat cijfer is opmerkelijker dan het getal zelf. Van die groei kwam 0,9 procentpunt uit de uitvoer van goederen en diensten, tegen 0,7 procentpunt uit binnenlandse consumptie en investeringen. Meer dan de helft van de economische groei hing dus af van wat Nederland naar het buitenland verkoopt, niet van wat Nederlanders thuis uitgeven.
Dat patroon is geen eenmalig toeval. Het is het tweede jaar op rij dat de uitvoer positief bijdraagt aan de bbp-groei, na een periode waarin datzelfde exportkanaal de economie juist omlaag trok.
Van krimp naar groeimotor: het keerpunt in 2024 en 2025
Om te begrijpen waarom de exportcijfers van 2025 opvallen, is 2023 de juiste referentie. Dat jaar kromp de Nederlandse economie met 0,6 procent, terwijl de nationale bestedingen per saldo nog een kleine positieve bijdrage leverden van 0,26 procentpunt. De krimp kwam volledig voor rekening van de export, die 0,85 procentpunt van het bbp afsnoepte. De binnenlandse economie hield stand; het buitenland leverde de klap.
In 2024 draaide dat beeld om. De bbp-groei bedroeg 1,07 procent, met een exportbijdrage van 0,59 procentpunt tegenover 0,48 uit binnenlandse bestedingen. En in 2025 verdiepte die verschuiving zich verder: exportbijdrage 0,86 procentpunt, bestedingen 0,70 procentpunt.
Het patroon van de afgelopen zes jaar toont hoe sterk beide motoren met elkaar verstrengeld zijn, maar ook hoe afwisselend ze de leiding nemen:
| Jaar | Bbp-groei (pp) | Nationale bestedingen (pp) | Uitvoer (pp) |
|---|---|---|---|
| 2020 | -3,87 | -1,79 | -2,08 |
| 2021 | 6,28 | 2,98 | 3,30 |
| 2022 | 5,01 | 2,72 | 2,29 |
| 2023 | -0,60 | 0,26 | -0,85 |
| 2024 | 1,07 | 0,48 | 0,59 |
| 2025* | 1,56 | 0,70 | 0,86 |
*Voorlopige cijfers. Bijdragen gecorrigeerd voor prijsveranderingen en ingevoerde componenten; alleen binnenlandse toegevoegde waarde telt mee.
Machines, voedsel en landbouw: de sectoren die trokken
Niet alle export is gelijkwaardig. Een belangrijk onderscheid in de CBS-methodiek is dat de groeibijdragen gecorrigeerd zijn voor de invoer die direct en indirect nodig is voor consumptie, investeringen en uitvoer. Alleen de binnenlandse toegevoegde waarde telt mee. Doorvoer, waarbij Nederland als logistiek knooppunt ingevoerde goederen onbewerkt doorstuurt, weegt daardoor veel minder zwaar dan uitvoer van producten die hier werkelijk gemaakt worden.
Juist die categorie, goederen van Nederlandse makelij, was verantwoordelijk voor 0,5 procentpunt van de totale bbp-groei van 1,56 procent. Met name de export van in Nederland geproduceerde machines, voedingsmiddelen en landbouwproducten groeide. Dat zijn sectoren met diepgewortelde Nederlandse exporttraditie, van de Brainport-maakindustrie in Eindhoven tot de tuinbouwexport via Westland en de agrifoodsector in Brabant en Gelderland.
Dat juist deze sectoren de kar trokken, onderstreept dat de groei niet louter een statistisch artefact van doorvoerstromen is. Er zit reële productie achter.
De keerzijde: kwetsbaarheid voor mondiale handel
Een economie die haar groei in meerderheid uit export haalt, vaart wel bij open grenzen, lage tarieven en stabiele vraag in handelspartners. Maar diezelfde afhankelijkheid maakt haar gevoeliger voor wat buiten de eigen grenzen gebeurt.
2023 was daar een pijnlijke demonstratie van. Gestegen energieprijzen, zwakkere Europese vraag en verstoorde leveringsketens genoeg om de uitvoer omlaag te trekken en de hele economie mee de min in te sleuren, ondanks een veerkrachtige binnenlandse vraag.
De geopolitieke context in 2026 maakt die kwetsbaarheid actueel. Handelsspanningen, tariefdiscussies en geopolitieke heroriëntatie van handelsstromen zijn geen abstracte risico's voor een economie waarvan meer dan de helft van de groei van uitvoer afhangt. De voorlopige groeicijfers van 2025 zijn reden voor een zekere geruststelling, maar tegelijk een herinnering aan hoe snel dat kan omslaan.
Vooruitblik
CBS publiceert later dit jaar revisies op de voorlopige cijfers voor 2025. De definitieve vaststellingen kunnen kleine bijstellingen opleveren, maar zullen het structurele beeld waarschijnlijk niet wezenlijk veranderen. Intussen zijn de eerste kwartaalcijfers voor 2026 al beschikbaar: zoals TIF eerder berichtte, groeide de economie in Q1 2026 met 0,2 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Of de exportmotor ook in 2026 blijft draaien, hangt in grote mate af van de verdere ontwikkeling van het mondiale handelsklimaat.
Bronnen: CBS
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiële beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.