Eurozone PMI zakt onder 50: Iran-oorlog raakt nu de dienstensector
De Eurozone PMI zakt naar 48,6 in april. Niet de industrie, maar de dienstensector geeft toe. De ECB staat voor een stagflatie-dilemma.
De Eurozone Composite PMI daalde in april naar 48,6, van 50,7 in maart. Dat is de eerste krimp onder de 50-grens sinds eind 2024, en de oorzaak is opvallend: niet de industrie trekt de index omlaag, maar de dienstensector. Na acht weken Iran-oorlog levert de macro-economische data nu het eerste harde bewijs dat het conflict de Europese reële economie raakt, ver voorbij de energiemarkten.
De PMI-data: wat er achter het getal schuilgaat
De Composite PMI, samengesteld door S&P Global, meet de economische activiteit in zowel de industrie als de dienstensector. Een stand boven 50 duidt op groei, onder 50 op krimp. Een daling van 2,1 punten in één maand is aanzienlijk, maar het verhaal zit in de samenstelling.
De industriesector kampt al langer met tegenwind: energiekosten, verstoorde toeleveringsketens en zwakke exportorders zijn geen nieuw fenomeen voor Europese fabrikanten. Wat markteconomen verrast, is de scherpe terugval in de dienstensector, traditioneel veerkrachtiger dan de industrie en minder direct blootgesteld aan grondstoffen en transport.
De verklaring ligt in consumenten- en ondernemersvertrouwen. Stijgende energieprijzen en het aanhoudende nieuws over het Iran-conflict drukken de bereidheid om te besteden en te investeren. Horeca, toerisme, detailhandel en zakelijke dienstverlening voelen dat als eerste in hun orderboeken.
Europa versus het Verenigd Koninkrijk: twee snelheden
Opvallend is het contrast met het Verenigd Koninkrijk, waar de PMI voor de private sector juist herstelt. Britse bedrijven slaan in hoog tempo voorraden in en schuiven prijsdruk vooruit naar afnemers, wat de activiteit op korte termijn ondersteunt. Dat is echter geen signaal van kracht: het is een defensieve reflex die de pijn uitstelt, niet oplost.
Voor de Eurozone ontbreekt diezelfde buffer. Europese bedrijven opereren in een omgeving van hogere energiekosten, zwakkere binnenlandse vraag en een munt die kwetsbaarder is voor externe schokken dan het pond. De divergentie tussen de twee economieën illustreert hoe ongelijk de impact van het Iran-conflict neerslaat.
Het ECB-dilemma: inflatie of groei
De PMI-data plaatst de Europese Centrale Bank voor een klassiek stagflatie-dilemma. Energieprijzen boven de $100 per vat drijven de inflatie op: importprijzen stijgen, transportkosten worden doorberekend, en de energierekening voor huishoudens loopt op. Dat zijn inflatoire krachten die de ECB normaal gesproken bestrijdt met hogere rentes.
Tegelijk laat de PMI zien dat de economische activiteit krimpt. Een renteverhoging om inflatie te beteugelen versnelt in dat scenario de neergang. Een renteverlaging ter ondersteuning van groei gooit olie op het inflatievuur.
Dit is precies het scenario waarvoor centrale bankiers traditioneel geen goed antwoord hebben. De inflatie van 2022-2023 was vraaggedreven, en de ECB kon die aanpakken met rentes. De huidige druk is aanbodgedreven, voortkomend uit een geopolitieke schok die monetair beleid niet kan oplossen. De ECB kan de Straat van Hormuz niet openen met een rentebesluit.
Dat betekent dat Frankfurt vermoedelijk kiest voor stilstand of beperkte actie, terwijl het de ontwikkelingen volgt. Maar elke maand dat de PMI onder de 50 blijft, neemt de druk toe om de groei te ondersteunen, ongeacht wat de energieprijzen doen.
Bronnen: S&P Global, Military.com, Business Standard, Ace Equity
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiele beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.