ECB-bestuurder Schnabel: rente moet verder omhoog, ondanks wat markten denken
ECB-bestuurder Schnabel zegt dat de rente verder omhoog moet, terwijl markten geen verhoging meer inprijzen. Wat staat er op het spel?
Gisteren prijsden traders geen enkele renteverhoging meer in voor 2026. Vandaag zegt ECB-bestuurder Isabel Schnabel dat de rente wél verder omhoog moet. Het contrast is scherp, en de verklaring zit diep in de oliemarkt en de Straat van Hormuz.
Schnabel spreekt zich uit
In haar toespraak "Is inflation back?" op de Petersberger Sommerdialog van vandaag, 27 juni 2026, laat Schnabel weinig ruimte voor misverstand. "From today's perspective, we will need to raise interest rates further in order to bring inflation back to our two percent target over the medium term," citeerde zij in eerdere remarks op 24 en 25 juni. Binnen de ECB geldt Schnabel als een van de invloedrijkste stemmen. Haar uitspraken signaleren waar het beleidsdebat in de Raad van Bestuur naartoe beweegt; als zij dit zegt, is dit geen persoonlijke afwijking maar een beleidsrichtingssignaal.
Tegelijk erkent Schnabel dat de kortetermijnsituatie iets gunstiger uitpakt dan verwacht, mede dankzij het staakt-het-vuren in het Midden-Oosten dat op 12 juni 2026 werd aangekondigd. "The ceasefire is no reason for monetary policymakers to let their guard down," voegde zij direct toe. Het tempo en de omvang van eventuele verdere verhogingen hangen af van data over groei, inflatie en ontwikkelingen rondom de Straat van Hormuz. Een volgende stap verwacht zij pas na de zomer, als de data dat ondersteunen.
Waarom de markt het mis kan hebben
Zoals TIF gisteren berichtte, hadden traders de kans op een renteverhoging in 2026 vrijwel volledig uit de prijzen verwijderd, gedreven door een dalende olieprijs na de aankondiging van het staakt-het-vuren. De redenering: minder energieschok, minder inflatie, geen actie van de ECB.
Schnabels analyse gaat verder dan die oppervlakkige koppeling. Haar toespraak presenteert twee argumenten waarom de marktlezing te optimistisch is.
Het eerste argument betreft olieprijzen. In haar toespraak vergelijkt Schnabel de futures-curves van twee peildata: 27 februari 2026, nog vóór de Amerikaanse aanvallen op Iran, en 25 juni 2026. Olieprijzen bewegen in een range van circa 50 tot 130 dollar per vat, maar de recente neerwaartse beweging doet de structurele kwestie niet verdwijnen. De Straat van Hormuz opent slechts geleidelijk, zo laten Kalshi- en Bloomberg-data zien over de verwachte heropening in augustus 2026 ten opzichte van januari 2027. Naast beperkte doorvaart spelen ook andere factoren een rol. Beschadigde energie-infrastructuur, hoge verzekeringskosten voor scheepvaart, en de noodzaak om strategische reserves en Europese gasvoorraden voor de winter aan te vullen drukken op de prijs. Het gevolg is dat de energieprijzen verhoogd blijven ten opzichte van de niveaus van vóór het conflict, ook als de acute geopolitieke spanning afneemt. Langer lopende energiecontracten bevestigen die aanhoudende kostendruk.
Het tweede argument betreft wat economen tweede-orde-inflatie-effecten noemen. De initiele energieschok sijpelt al door naar de bredere economie. Bedrijven die hogere inputkosten betalen, van transport tot productie, berekenen die kosten door aan consumenten. Dat drijft niet-energie goederen en diensten omhoog. Daarna dreigt het volgende stadium: als de hogere prijzen lang genoeg aanhouden, gaan werknemers hogere lonen eisen om hun koopkracht te verdedigen. Schnabel constateert dat loongroei nog niet materieel is versneld, maar dat risico hangt wel boven de markt.
De verdediging van de recente verhoging
Schnabel verdedigt ook de renteverhoging die de ECB eerder al heeft doorgevoerd. Haar argument is opvallend: die stap was passend onder alle scenario's, ook het mildere scenario waarbij olieprijzen snel normaliseren. De reden is dat een vroegtijdige verhoging voorkomt dat een tijdelijke energieschok zich vastzet in de middellange-termijninflatie. Eenmaal ingeprijsde inflatieverwachtingen zijn moeilijk te corrigeren. Voorzichtigheid nu is goedkoper dan herstel later.
Dat is precies de les uit de inflatiecyclus van 2021-2023, toen centrale banken te lang aarzelden en daarna agressiever moesten ingrijpen dan nodig was geweest bij eerder handelen.
De spanning tussen markt en beleid
De EUR/USD noteerde na Schnabels opmerkingen rond 1,1353, licht lager terwijl de dollar iets aantrok. De markt verwerkte de uitspraken dus niet als een schok. Dat kan twee dingen betekenen: óf traders geloven Schnabel niet en houden vast aan hun inschatting dat er geen verhoging komt, óf zij verwerken de boodschap al in langere rentes en valuatiemodellen zonder dat te vertalen in de directe koersreactie van de euro.
De spanning tussen marktprijzen en ECB-retoriek is in elk geval reëel. Centrale banken communiceren zelden zonder reden. Als Schnabel vandaag expliciet zegt dat de rente verder omhoog moet, is de kans dat de ECB verrast wil worden door goede data groter dan dat zij haar woorden terugneemt.
Wat volgt
De ECB vergadert in het najaar van 2026. Schnabel geeft aan dat een volgende verhoging pas na de zomer aan de orde is, afhankelijk van binnenkomende inflatiedata en de ontwikkeling van de Straat van Hormuz. De scheepvaartdata tot 26 juni 2026 laten zien dat de doorvaart nog altijd ver onder pre-conflict niveaus ligt. Elke vertraging in de heropening verlengt de energieprijsdruk en vergroot de kans dat de ECB handelt.
Bronnen: ECB (toespraak Isabel Schnabel, Petersberger Sommerdialog, 27 juni 2026)
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiele beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.
Gaat de ECB de rente na de zomer inderdaad verhogen, dan stijgen de maandlasten op een variabele hypotheek opnieuw. Bij een gemiddelde variabele hypotheek van €300.000 kost een verhoging van 0,25 procentpunt circa €60 per maand extra. Voor spaarders pakt het gunstig uit: een hogere beleidsrente werkt door in spaarrentes bij banken, al volgt dat effect niet automatisch en niet meteen.