Blijf financieel scherp

Elke dag het belangrijkste financiële en zakelijke nieuws in je inbox. Zodat jij de dag begint met voorsprong.

Gelukt! Check je e-mail

Klik op de bevestigingslink in je inbox om je aanmelding te voltooien. Niet ontvangen binnen 3 minuten? Check je spamfolder.

Oké, bedankt
Verlaten tankstation met vervallen auto onder betonnen afdak bij zonsondergang, industriële achtergrond
Duitse inflatie april 2,9%: kerninflatie daalt voor ECB

Duitse inflatie stijgt naar 2,9%, maar kerninflatie daalt: wat betekent dit voor de ECB?

Headline-inflatie stijgt door de Iran-energieschok, maar kerninflatie daalt naar 2,3%. Wat betekent dat voor het ECB-rentebesluit van morgen?

Naomi de Vries profile image
door Naomi de Vries

De Duitse inflatie steeg in april naar 2,9% jaar-op-jaar, het hoogste niveau sinds begin 2024. Maar het cijfer viel iets lager uit dan de verwachte 3,0%, en de kerninflatie daalde juist. Dat contrast is precies het dilemma dat de ECB morgen moet meewegen.

Energieprijzen trekken inflatie omhoog, rest koelt af

De stijging ten opzichte van maart (2,7%) is bijna volledig te verklaren vanuit energie. Energieprijzen als geheel stegen in april met 10,1% jaar-op-jaar, tegenover 7,2% in maart. De uitschieter zit bij transportbrandstoffen: diesel steeg met 36,1% in de deelstaat Noordrijn-Westfalen, benzine met 18,8%, en stookolie met 27,3%. Dat zijn geen geleidelijke trends, maar schokken.

Die schokken hebben een directe oorzaak. De oorlog die de VS en Israël eind februari begonnen tegen Iran heeft de wereldmarktprijzen voor olie opgedreven. De Straat van Hormuz, normaal doorvoerroute voor ongeveer een vijfde van het mondiale olietransport, is momenteel geblokkeerd. Dat creëert schaarste, en die schaarste vertaalt zich direct in Europese brandstofprijzen.

Tegelijkertijd koelt de rest van de economie af. De kerninflatie, die energie en voedsel uitsluit en daarmee de onderliggende prijsdruk meet, daalde van 2,5% in maart naar 2,3% in april. Dienstenprijzen, zoals verzekeringen en reizen, daalden eveneens: van 3,2% naar 2,8%. Voedingsprijzen stegen licht, maar met 1,2% jaar-op-jaar blijven ze gematigd.

Het contrast dat telt voor Frankfurt

Dit is een fundamenteel ander inflatiepatroon dan wat Europa in 2022 en 2023 doormaakte. Destijds sijpelde de energieschok na de Russische invasie van Oekraïne breed door naar de rest van de economie: bedrijven verhoogden prijzen, looneisen stegen, de dienstensector volgde met vertraging. De ECB moest de rente in rap tempo verhogen om die doorsijpeling te breken.

Nu geldt vooralsnog het omgekeerde. De energieprijzen stijgen scherp, maar de rest van de economie vertoont juist afkoeling. Felix Schmidt, econoom bij Berenberg Bank, omschrijft het zo: "Bisher scheint sich der Preisdruck kaum über die Energiepreise hinweg ausgeweitet zu haben." De prijsdruk heeft zich, in ieder geval tot dusver, nauwelijks voorbij de energiesector verspreid.

Dat geeft de ECB iets van lucht. Schmidt verwacht dat het cijfer, dat iets onder de marktconsensus van 3,0% uitkwam, "für eine gewisse Entspannung sorgen" bij de beleidsmakers in Frankfurt. Een renteverhoging is daarmee nagenoeg uitgesloten.

Het ECB-dilemma is niet verdwenen

Toch is het beeld niet ongecompliceerd. De headline-inflatie in Duitsland, de grootste economie van de eurozone, staat op 2,9%, ver boven de ECB-doelstelling van 2,0%. En de energieschok die dit veroorzaakt, is niet tijdelijk van aard zolang de situatie rondom de Straat van Hormuz niet normaliseert.

Het verschil met 2022 is dat de ECB nu moet inschatten of de huidige concentratie bij energie standhoudt, of dat doorsijpeling alsnog volgt. Dat is een genuanceerde inschatting met grote gevolgen: te vroeg versoepelen vergroot het risico op bredere inflatie, te lang verkrappen schaadt een economie die al onder druk staat door geopolitieke onzekerheid en hogere energiekosten.

De dalende kerninflatie geeft het meest directe signaal: de onderliggende prijsdynamiek koelt af. Maar een energieschok van deze omvang, met diesel op plus 36%, is nooit volledig geïsoleerd. Bedrijven die voor logistiek afhankelijk zijn van brandstof, voelen de kostendruk. Of die druk doorsijpelt naar consumentenprijzen buiten de energiecategorie, wordt de komende maanden zichtbaar.

Vooruitblik

De ECB maakt donderdag 30 april 2026 haar rentebesluit bekend. De voorlopige Duitse inflatiedata van april, een dag eerder gepubliceerd door het Statistisches Bundesamt, vormen mede de input voor dat besluit. Of en hoe de ECB het onderscheid tussen headline- en kerninflatie weegt, wordt morgen duidelijk.


Maand Headline-inflatie Kerninflatie Energie Diensten
Februari 2026 1,9%
Maart 2026 2,7% 2,5% +7,2% +3,2%
April 2026 2,9% 2,3% +10,1% +2,8%

Bron: Statistisches Bundesamt (Destatis), voorlopige schatting april 2026


Bronnen: Statistisches Bundesamt (Destatis), Berenberg Bank, Süddeutsche Zeitung, Die Welt

Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiële beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.

Naomi de Vries profile image
door Naomi de Vries

Blijf financieel scherp

Elke dag het belangrijkste financiële en zakelijke nieuws in je inbox. Zodat jij de dag begint met voorsprong.

Gelukt! Check je e-mail

To complete Subscribe, click the confirmation link in your inbox. If it doesn’t arrive within 3 minutes, check your spam folder.

Oké, bedankt

Lees meer