Arbeidsproductiviteit Nederland springt naar hoogste niveau in twintig jaar
De Nederlandse arbeidsproductiviteit steeg in 2025 met 2,4%, het hoogste in twintig jaar. Maar is dit structureel?
De Nederlandse arbeidsproductiviteit steeg in 2025 met 2,4% ten opzichte van 2024, het hoogste niveau in twintig jaar. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. Wat dit getal bijzonder maakt, is niet alleen de omvang, maar de context: de economie groeide terwijl er tegelijkertijd minder uren werden gewerkt.
Economie groeit, werktijd krimpt
Het bbp groeide in 2025 met 1,8%, maar het totaal aantal gewerkte uren daalde met 0,6%. De combinatie is zeldzaam en veelzeggend: de welvaartsgroei in 2025 was uitsluitend het resultaat van hogere productiviteit per gewerkt uur, niet van meer arbeidsinzet.
Ter vergelijking: in 2016 groeide de economie eveneens met 2,4%, maar de productiviteit per gewerkt uur bleef dat jaar volledig vlak. Alle groei kwam destijds doordat Nederlanders meer uren werkten. Hetzelfde patroon gold voor 2018 en 2019: economische groei van 2,3% per jaar, maar de productiviteitsgroei was negatief. De motor draaide op arbeidsvolume, niet op efficiëntie.
In 2025 draaide die verhouding om.
Een trendbreuk na twee magere jaren
De sprong naar 2,4% komt na twee achtereenvolgende jaren van dalende arbeidsproductiviteit. In 2023 kromp de productiviteit met 1,9%, in 2024 nog eens met 0,3%. Dat was geen toeval: de arbeidsmarkt bleef in beide jaren krap, het aantal gewerkte uren groeide (respectievelijk 1,4% en 1,3%), maar de economie wist die extra inzet niet om te zetten in evenredige outputgroei. Nederland werkte harder, maar niet slimmer.
De kentering in 2025 is daardoor des te opvallender. Of het een inhaaleffect is op de dip van de twee voorgaande jaren, of het begin van een structurele verbetering, valt op basis van één jaar nog niet te zeggen. Maar de schaal van de verbetering vraagt om context.
Twintig jaar productiviteitsstagnatie
Het tienjaarsgemiddelde voor arbeidsproductiviteitsgroei in Nederland bedraagt slechts 0,3% per jaar. De 2,4% van 2025 is daarmee acht keer het gemiddelde. Wie verder terugkijkt, ziet een onmiskenbare neerwaartse trend: in de periode tien tot twintig jaar geleden bedroeg het gemiddelde nog 0,7% per jaar, en in de decennia daarvoor 1,7% per jaar.
Dat langdurige productiviteitsverlies is een van de centrale vraagstukken in de Nederlandse economische literatuur. Verklaringen die doorgaans worden aangedragen: de sterke groei van de dienstensector (waar productiviteitswinst moeilijker te meten en te realiseren is), een arbeidsmarkt met veel deeltijdwerk, en relatief lage investeringen in onderzoek en ontwikkeling vergeleken met andere kenniseconomieën.
De vraag of 2025 een breuk markeert met die trend, of slechts een statistische uitschieter is, wordt pas beantwoordbaar als de komende jaren vergelijkbare groeicijfers laten zien.
Consumptie als groeiaanjager
Naast productiviteitswinst droeg de binnenlandse consumptie bij aan de economische groei. Huishoudens consumeerden in 2025 1,5% meer dan in 2024, gecorrigeerd voor prijsveranderingen. Dat is een versnelling ten opzichte van 2024, toen de consumptiegroei 1,1% bedroeg.
De extra uitgaven waren breed verspreid: meer besteed aan diensten als vervoer, communicatie, huisvesting, recreatie, cultuur en horeca, maar ook aan goederen als voedingsmiddelen, kleding, schoenen en elektrische apparaten. Een patroon dat wijst op een breed herstel van het consumentenvertrouwen, niet op een smalle uitschieter in één categorie.
Wat productiviteit zo belangrijk maakt
Het CBS benadrukt zelf dat arbeidsproductiviteitsgroei op de lange termijn de belangrijkste bron van economische groei is. Dat is geen economisch dogma, maar een wiskundige zekerheid: de beroepsbevolking kan niet onbeperkt groeien, en het aantal uren dat mensen werken is eindig. De enige manier om op lange termijn structureel rijker te worden als samenleving, is door meer te produceren met dezelfde of minder inzet.
Dat maakt de productiviteitsdip van 2023 en 2024 zorgwekkend in retrospectief, en de sprong van 2025 potentieel betekenisvol. Als Nederland erin slaagt de productiviteitsgroei op een hoger structureel niveau te brengen, heeft dat directe gevolgen voor de houdbaarheid van overheidsfinanciën, de loonruimte in onderhandelingen en het verdienvermogen van de economie op langere termijn.
Tabel: bbp-groei versus arbeidsproductiviteit (2016-2025)
| Jaar | Bbp-groei | Arbeidsproductiviteit | Gewerkte uren |
|---|---|---|---|
| 2016 | 2,4% | 0,0% | 2,4% |
| 2017 | 2,8% | 0,5% | 2,3% |
| 2018 | 2,3% | -0,4% | 2,7% |
| 2019 | 2,3% | -0,3% | 2,7% |
| 2020 | -3,9% | 0,4% | -4,2% |
| 2021 | 6,3% | 1,6% | 4,7% |
| 2022 | 5,0% | 1,1% | 3,8% |
| 2023 | -0,6% | -1,9% | 1,4% |
| 2024 | 1,1% | -0,3% | 1,3% |
| 2025 | 1,8% | 2,4% | -0,6% |
Bron: CBS
Vooruitblik
Het CBS publiceert in de komende kwartalen nadere sectoruitsplitsingen van de productiviteitsdata, die inzicht kunnen geven in welke bedrijfstakken de groei heeft gedragen. Dat is cruciaal om te beoordelen of de sprong van 2025 breedgedragen is, of geconcentreerd in een beperkt aantal sectoren.
Bronnen: CBS
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiele beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.