Amerikaanse inflatie versnelt naar 3,8%: energie-aanbodschok zet Fed voor onmogelijke keuze
De Amerikaanse CPI steeg in april naar 3,8%, de tweede maand op rij dat de Hormuz-sluiting de inflatiecijfers omhoog drijft. Wat betekent dit voor de Fed?
Van 2,4% in februari naar 3,3% in maart naar 3,8% in april. De Amerikaanse consumentenprijzen stijgen in een rechte lijn omhoog sinds het uitbreken van de oorlog met Iran, en de CPI-release van het Bureau of Labor Statistics voor april bevestigt wat economen al vreesden: de Straat van Hormuz werkt rechtstreeks door in Amerikaanse huishoudportemonnees.
Energie levert 40% van de totale maandelijkse stijging
De uitsplitsing van de CPI-cijfers is verhelderend. Energieprijzen stegen met 3,8% in april en waren goed voor ruim 40% van de totale maandelijkse prijsstijging. Benzineprijzen liggen 28,4% hoger dan een jaar geleden. Volgens AAA bedraagt de gemiddelde nationale benzineprijs meer dan een dollar boven het niveau van vorig jaar.
De doorwerking stopt niet bij de pomp. Vliegtarieven stegen met 20,7%, deels omdat kerosine direct van de olieprijs afhangt. Energiediensten zoals elektriciteit en nutsvoorzieningen worden 5,4% duurder. Voedselprijzen, mede door hogere transportkosten, kwamen uit op 3,8%.
Wat de cijfers ook laten zien, is wat er níet stijgt. De core CPI, die voedsel en energie buiten beschouwing laat, bedraagt 2,8%. Dat is gematigd, en het vertelt een verhaal. De onderliggende binnenlandse vraag is niet oververhit. Er is geen loongekoppelde prijsspiraal aan de gang. Wat we zien, is een klassieke aanbodschok: externe prijsdruk die via energie de gehele economie binnenkomt, maar in de kern relatief beperkt blijft.
De transmissie: Hormuz als inflatiemechanisme
De Straat van Hormuz is het smalste punt van de wereldwijde energiehandel. Normaliter passeert daar een vijfde van alle olie- en gastransporten ter wereld. Sinds de sluiting van de straat als gevolg van de oorlog tussen de VS, Israël en Iran is dat volume weggevallen of op dure alternatieve routes omgeleid. De markt verwerkt dat risico dagelijks in de olieprijs.
De geopolitieke context verslechterde maandag opnieuw. Nadat Iran reageerde op een Amerikaans vredesvoorstel met een kortere moratoriumperiode en een weigering om nucleaire faciliteiten te ontmantelen, noemde president Trump de Iraanse positie "totally unacceptable." De olieprijzen stegen direct verder. Dat zijn de transmissiekanalen die van een diplomatiek communiqué een CPI-datapunt maken.
VS harder geraakt dan Europa
Eerder vandaag publiceerde Today in Finance over de Duitse inflatie voor april, die uitkwam op 2,9%. Dat getal is niet laag, maar het is aanzienlijk minder dan de 3,8% in de VS. Dat verschil is niet toevallig. Duitsland en de bredere eurozone hebben een andere energiemix, een hogere belastingcomponent in brandstofprijzen die de procentuele doorwerking dempt, en deels andere leveranciersdiversificatie dan de VS.
De VS zijn zwaarder afhankelijk van vloeibaar aardgas uit de Golf-regio en hebben een hogere benzineconsumptie per hoofd van de bevolking. Een olieprijs-schok slaat er dieper in.
De VS staan daarin overigens niet alleen. Australië, Canada en Zuid-Korea melden vergelijkbare snelle prijsstijgingen. Het zijn allemaal economieën met een hoge energieconsumptie per capita en een directe blootstelling aan de mondiale oliemarkt. De Hormuz-sluiting is geen Amerikaans probleem, het is een globale aanbodschok.
De onmogelijke positie van de Fed
Hier zit het structurele beleidsdilemma. De Federal Reserve beschikt over één primair instrument: de beleidsrente. Renteverhogingen werken via kredietkosten, vraagafkoeling en valuta-effecten. Zij zijn effectief tegen vraag-gedreven inflatie, waarbij te veel geld te weinig goederen achtervolgt.
Maar dit is geen vraagschok. De core CPI van 2,8% maakt dat helder. De inflatie wordt niet aangedreven door overbestedende consumenten of overkrappende arbeidsmarkten. Ze wordt veroorzaakt door een gesloten zeestraat en de geopolitieke impasse die daarmee samenhangt. Een renteverhoging maakt olie niet goedkoper. Ze maakt wel hypotheken, auto-leningen en bedrijfskredieten duurder, en vergroot daarmee het recessierisico.
De Fed zit klem: niet ingrijpen terwijl de headline-inflatie oploopt naar niveaus die sinds 2023 niet meer zijn gezien, schaadt de geloofwaardigheid. Wel ingrijpen met renteverhogingen bestraft de binnenlandse vraag voor een schok die van buiten komt. De markt verwacht dat de Fed voorlopig geen beweging maakt en afwacht of de diplomatieke situatie rond Iran zich stabiliseert.
Vooruitblik
De volgende CPI-release van het Bureau of Labor Statistics, voor de maand mei, volgt medio juni. Daarvóór vergadert het Federal Open Market Committee (FOMC). Als de Hormuz-sluiting aanhoudt en de olieprijs op het huidige niveau blijft, is een verdere oploop richting 4% niet uit te sluiten. Of de Fed dan nog kan zwijgen, wordt de centrale vraag van de komende weken.
Bronnen: Bureau of Labor Statistics, AAA
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiele beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.