De echte prijs van betaalbare pensioenen: wat de Belgische cijfers onthullen
Het Belgisch Planbureau rekende door wat pensioenhervorming kost: 5,6% lagere pensioenen, meer armoede, en vrouwen raken het hardst. Een spiegel.
Stel je voor: de overheid heeft een plan om de vergrijzingskosten te drukken. Het werkt, de begroting ziet er beter uit. Maar het Belgische Federaal Planbureau heeft nu doorgerekend wat die winst precies kost, en de uitkomst is ongemakkelijk. Lagere pensioenen, meer ongelijkheid, meer armoede, en vrouwen die het hardst worden geraakt.
Wat heeft het Belgische Planbureau precies berekend?
Maandag 13 april 2026 presenteerde het Belgisch Federaal Planbureau een impactanalyse van de pensioenhervorming van de regering-De Wever aan de commissie Sociale Zaken van de Kamer. Op verzoek van de oppositie was de Kamerstemming over deze hervorming uitgesteld tot na de presentatie van dit rapport. Nu ligt het er.
De conclusie van het Planbureau is helder: de hervorming slaagt in haar begrotingsdoelstelling, maar de rekening wordt betaald door gepensioneerden, en niet door iedereen in gelijke mate.
Het goede nieuws voor de schatkist: de toekomstige extra vergrijzingskosten dalen met een derde tegen 2070. Tegen 2050 zakken de pensioenkosten al met 1 procentpunt van het bruto binnenlands product. Dat zijn miljarden die de begroting ontlast.
Maar daar stopt het goede nieuws.
Wat betekent dit voor de hoogte van je pensioen?
Het gemiddelde bruto pensioen daalt al 2,4% tegen het einde van deze regeerperiode. Als alle maatregelen volledig zijn doorgevoerd, op wat het Planbureau "kruissnelheid" noemt, loopt die daling op tot 5,6% gemiddeld.
De oorzaken zijn een combinatie van drie ingrepen:
- Opschorting van welvaartsaanpassingen: pensioenen groeien minder snel mee met de welvaart
- Inperking van gelijkgestelde periodes: periodes waarin je niet werkt maar die nu wel meetellen voor je pensioen (denk aan ziekte, zorgverlof, loopbaanonderbrekingen) tellen straks minder of niet meer mee
- De pensioenmalus: een korting op je pensioen als je vroeg stopt met werken
Die combinatie raakt niet iedereen evenveel. Ambtenaren voelen de klap het hardst: hun vervangingsratio, de verhouding tussen pensioen en laatste loon, daalt tegen 2070 met 15,2%. Bij werknemers is dat 7,2%, bij zelfstandigen 3,2%. Met name de ingrepen bij ambtenaren en werknemers wegen door in de begrotingswinst; bij zelfstandigen is het effect op de begroting nauwelijks meetbaar.
Vrouwen betalen een hogere prijs
Het meest opvallende onderdeel van de analyse betreft de genderkloof. Het Planbureau concludeert dat het cumulatieve effect van de hervormingsmaatregelen negatiever uitpakt voor vrouwen dan voor mannen.
Concreet, voor de zogenaamde "taux de prestation" (de verhouding tussen pensioen en gemiddeld inkomen tijdens de loopbaan):
| Groep | Daling voor vrouwen | Daling voor mannen |
|---|---|---|
| Werknemers | -6,6% | -5,8% |
| Zelfstandigen | -4,4% | -2,9% |
| Ambtenaren | genderkloof verkleint | genderkloof verkleint |
Waarom worden vrouwen harder geraakt? De inperking van gelijkgestelde periodes is de sleutel. Vrouwen nemen vaker en langer loopbaanonderbrekingen, voor zorg voor kinderen of andere familieleden. Die periodes tellen nu mee voor hun pensioen. Als dat straks minder of niet meer het geval is, treft dat vrouwen disproportioneel.
Bij ambtenaren gaat de genderkloof juist dichten. Dat is de uitzondering in het rapport.
Meer ongelijkheid, meer armoede
Naast de gemiddelde dalingen constateert het Planbureau een bredere maatschappelijke impact. De hervorming vergroot de ongelijkheid in pensioenbedragen, en het risico op armoede onder gepensioneerden stijgt.
Het Planbureau onderzocht ook of hogere uitgaven elders de negatieve effecten kunnen compenseren. De conclusie: zelfs een stijging van andere sociale uitgaven zoals gezondheidszorg of werkloosheidsuitkeringen van 0,1 procentpunt van het bbp is niet genoeg om de schade ongedaan te maken.
Een spiegel voor Nederland?
België is niet het enige land dat worstelt met de vergrijzingskosten. Nederland doorloopt momenteel de eigen pensioentransitie via de Wet toekomst pensioenen (WTP), waarbij het stelsel verschuift van vaste uitkeringen naar persoonlijke pensioenpotten.
De Belgische situatie is niet één op één vergelijkbaar, want de systemen zijn fundamenteel anders opgebouwd. Maar de onderliggende vraag is dezelfde: wie betaalt de rekening als vergrijzing de collectieve pensioenpot te zwaar belast? In België is het antwoord nu in cijfers gevat: toekomstige gepensioneerden, en vrouwen iets meer dan mannen.
Wat de Belgische impactstudie interessant maakt als spiegel, is niet de specifieke maatregel, maar de methodiek: een onafhankelijk rekeninstituut dat transparant doorrekent wie precies de pijn draagt. Een dergelijke systematische doorrekening per inkomensgroep en geslacht is ook in de Nederlandse pensioendiscussie geen overbodige luxe.
Wat volgt?
De Belgische Kamer behandelt het rapport van het Federaal Planbureau en stemt binnenkort over de pensioenhervorming. De oppositie vroeg om dit uitstel juist om de impactstudie eerst te kunnen bespreken. Nu die studie er ligt, met de scherpe conclusies over ongelijkheid en de genderkloof, wordt de stemming er politiek niet eenvoudiger op.
Bronnen: Belgisch Federaal Planbureau, VRT NWS, La Libre Belgique
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiele beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.