Moody's verlaagt Belgische kredietwaardigheid: de eurozone heeft een begrotingsprobleem
Moody's verlaagt België naar A1 met een tekort van 5,3% bbp. Twee grote bureaus hebben nu afgewaardeerd. Wat betekent dit voor de eurozone?
Twee van de drie grote ratingbureaus hebben België nu afgewaardeerd. Moody's verlaagde op 17 april 2026 de Belgische kredietscore van Aa3 naar A1, één trede lager. Het besluit is geen verrassing, maar de reden erachter is verontrustender dan de technische ratingwijziging doet vermoeden: zes maanden nadat Moody's had gewaarschuwd dat ambitieuze hervormingen noodzakelijk waren, concludeert het bureau dat die inspanningen niet het gewenste effect hebben gehad.
Premier Bart De Wever reageerde met een opvallend sober statement: "Na de ratingverlaging van vorig jaar bij Fitch valt deze verlaging bij Moody's helaas niet meteen uit de lucht." De constatering is pijnlijk accuraat. Twee grote bureaus, dezelfde boodschap, één jaar tijd.
Wat de cijfers vertellen
Het begrotingstekort van België bedraagt 5,3% van het bbp in 2025, het hoogste van de gehele eurozone en bijna twee keer de EU-norm van 3%. Dat cijfer staat niet op zichzelf. Volgens projecties van de Banque Nationale de Belgique en het Bureau du Plan koerst de staatsschuld richting 120% van het bbp tegen 2030, tenzij er structureel wordt ingegrepen.
Bij de overstap van een Aa- naar een A-rating verschuift de Moody's-kwalificatie van "zeer laag wanbetalingsrisico" naar "laag wanbetalingsrisico." Dat klinkt als een subtiel onderscheid, maar voor institutionele beleggers en overheidstesauriers die werken met ratingdrempels kan één trede het verschil maken tussen wel of niet in een obligatie mogen beleggen.
De rentelasten op de staatsschuld worden al als 'explosief' beschreven. Een ratingverlaging versterkt die spiraal: lenen wordt duurder, de rentelasten stijgen verder, het tekort groeit, en een volgende verlaging nadert.
Van waarschuwing naar besluit: zes maanden
De tijdlijn is instructief. In het najaar van 2025 bevestigde Moody's de Aa3-rating van België nog, maar kende wel een negatieve outlook toe. De boodschap was expliciet: stabilisatie van de staatsschuld vereist ambitieuze structurele hervormingen en betere coördinatie tussen de verschillende Belgische bestuursniveaus, een verwijzing naar de notoir versnipperde bevoegdheidsverdeling tussen het federale niveau, de gewesten en de gemeenschappen.
Zes maanden later volgt de verlaging. Moody's oordeelt dat de vorderingen onvoldoende zijn. Dit patroon, negatieve outlook gevolgd door een daadwerkelijke verlaging, is de standaardroute bij ratingbureaus. De signaalwaarde van een negatieve outlook was daarmee helder. Toch veranderde er onvoldoende.
Het contrast met de Fitch-verlaging van 2024 is relevant. Destijds had België ook al te horen gekregen dat het begrotingstraject onhoudbaar was. Nu, twee jaar later, zijn de fundamenten niet structureel verbeterd. Het enige grote bureau dat België nog niet heeft afgewaardeerd, is S&P. Die rating staat nu expliciet in de schijnwerpers.
Het politieke dilemma van De Wever
Hier schuilt het eigenlijke probleem. De Wever erkent dat "extra inspanningen nodig zijn," maar zijn coalitie staat onder druk op precies het moment dat de marktdruk om te saneren toeneemt. Politieke spanningen binnen de coalitie bemoeilijken een nieuwe saneringsronde, terwijl uitstel de schulddynamiek verder verslechtert.
Dit is een klassieke valkuil voor landen met hoge schulden en complexe politieke systemen: de pijnlijkste beslissingen worden uitgesteld tot het moment waarop de financiële ruimte om te manoeuvreren al is geslonken. Bij België speelt de institutionele versnippering een extra rol. Moody's noemde dit zelf expliciet in het najaar van 2025: coördinatie tussen bestuursniveaus is een noodzakelijke voorwaarde voor effectieve consolidatie. Die coördinatie blijft achter.
Het politieke dilemma is scherp. Bezuinigen in een precaire coalitie riskeert de regeringsval. Niet bezuinigen riskeert verdere ratingverlagingen, hogere rentelasten en uiteindelijk verlies van markttoegang. De markt dwingt een beslissing af die de politiek steeds voor zich uitschuift.
Een eurozone-signaal
Dit verhaal gaat verder dan België. Als een van de oprichtende leden van de Europese Unie structureel een tekort boven 5% draagt en richting 120% schuld koerst, stelt dat een bredere vraag over de begrotingsdiscipline in de eurozone.
De Europese begrotingsregels, vastgelegd in het Stabiliteits- en Groeipact en herzien in 2024, stellen een tekortgrens van 3%. Landen die daar structureel boven zitten, vallen onder de buitensporig-tekortprocedure van de Europese Commissie. België staat al onder zo'n procedure. Het mechanisme bestaat dus, maar de daadwerkelijke sanctiekracht is beperkt, en de politieke wil om te handhaven wisselt met de conjunctuur en de samenstelling van de Raad.
Markten beginnen eurozone-landen scherper te differentiëren op begrotingsrisico. De spread tussen Belgische en Duitse tienjaarsrentes, de rentepremie die beleggers vragen om Belgisch staatspapier te houden in plaats van Duits, weerspiegelt dit risico. Een tweede verlaging door een groot bureau voegt argumenten toe voor beleggers die die spread als te smal inschatten.
De ECB-discussie is hieraan verwant. Zoals wij op 15 april analyseerden, bevindt de ECB zich in een rentepauze-debat waarbij de begrotingssituatie van lidstaten een steeds prominentere rol speelt. Een eurozone-lid met oplopende schulden en stijgende rentelasten vormt een kwetsbaarheid in het transmissiemechanisme: monetaire versoepeling bereikt de reële economie minder effectief als een deel van het rentevoordeel wordt opgeslokt door overheidstekorten.
De uitsmijter voor S&P
Met Fitch en Moody's beide op een verlaagde stand is de druk op S&P merkbaar. Dat bureau hanteert zijn eigen methodologie en tijdlijn, maar twee verlagingen door concurrenten vormen onvermijdelijk een referentiekader. Als S&P concludeert dat zijn eigen beoordeling geen recht doet aan de verslechterde fundamenten, volgt een derde verlaging. Dat moment is nog niet aangebroken, maar de richting staat vast zolang de begrotingscijfers niet structureel verbeteren.
De Wever stelde dat de ratingverlaging "nog maar eens onderstreept dat extra inspanningen nodig zijn." De vraag is niet of die inspanningen nodig zijn. Dat is buiten kijf. De vraag is of een coalitie onder politieke druk ze kan leveren voordat de markt het geduld verliest.
Wat volgt
Het Bureau du Plan publiceert periodieke actualisaties van zijn begrotingsprognoses voor 2025-2030; de volgende ronde zal de impact van eventuele saneringsmaatregelen moeten verwerken. S&P's eerstvolgende reguliere beoordelingsmoment voor België zal nauwlettend worden gevolgd door obligatiebeleggers en beleidsmakers. Op Europees niveau vergadert de Ecofin-Raad regelmatig over de buitensporig-tekortprocedures; de voortgang van België staat daarin centraal.
Bronnen: Moody's, Banque Nationale de Belgique, Bureau du Plan
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiële beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.