Amerikaanse producentenprijzen stijgen 6,5%: wat PPI vertelt over de inflatie die nog komt
Amerikaanse producentenprijzen stijgen 6,5% in mei, sneller dan CPI. Wat betekent dat voor consumenteninflatie en Warsh's eerste FOMC?
Twee inflatiecijfers in 24 uur schetsen een zorgelijk beeld van de Amerikaanse economie. De consumentenprijsindex steeg in mei naar 4,2% op jaarbasis, het hoogste niveau sinds begin 2023. Maar het zijn de producentenprijzen die de aandacht trekken: de PPI steeg 6,5% jaar-op-jaar, het snelste tempo sinds november 2022. Het gat tussen wat producenten betalen en wat consumenten aan de kassa betalen, wordt groter. Dat gat vertelt een verhaal over wat er nog aankomt.
De Iran-oorlog als inflatie-motor
De primaire verklaring voor beide cijfers is dezelfde: de Iran-oorlog drijft energieprijzen op, en die energie-inflatie werkt door in de gehele keten. De CPI steeg in mei met 0,5% maand-op-maand en bedraagt nu 4,2% op jaarbasis. De energiecomponent is daarin de dominante driver.
De PPI, die prijzen meet bij de poort van de producent, nog vóór die kosten hun weg vinden naar de consument, steeg met 1,1% ten opzichte van april. Op jaarbasis is dat 6,5%.
Er is één lichtpunt in het rapport: de kerninflatie, die energie en voedsel uitsluit, steeg slechts 0,2% maand-op-maand, iets onder de verwachtingen. Dat detail bewoog de obligatiemarkten: rendementen op Amerikaanse staatsobligaties daalden na publicatie van de CPI-data, omdat de maandelijkse groei van kernprijzen onder consensus uitkwam.
Waarom PPI als leading indicator telt
PPI is geen abstracte maatstaf. Het is een voorspeller. Wanneer producenten meer betalen voor grondstoffen, energie en inputs, worden ze geconfronteerd met twee keuzes: de gestegen kosten doorberekenen aan de consument, of de marge laten krimpen.
In de praktijk doen bedrijven een combinatie van beide, afhankelijk van hun marktpositie en de vraagomstandigheden. Maar op termijn vindt doorberekening doorgaans plaats, zeker wanneer de kostenstijging persistent is in plaats van tijdelijk.
Het huidige gat is aanzienlijk. Producentenprijzen stijgen 6,5%, consumentenprijzen 4,2%. Die spreiding van 2,3 procentpunt is groot. Twee scenario's zijn mogelijk. Bedrijven absorberen de kostenstijging, wat ten koste gaat van de winstmarges maar consumenten voorlopig beschermt. Of bedrijven berekenen de kosten door, wat betekent dat de consumenteninflatie in de komende maanden verder oploopt. Voor de Fed is de vraag welk scenario dominant wordt.
Warsh in zijn eerste vergadering
Volgende week vergadert het Federal Open Market Committee voor de eerste keer onder leiding van de nieuwe voorzitter Kevin Warsh. De markt verwacht met grote overtuiging een rentepauze.
Francis Généreux, hoofdeconoom bij Desjardins, wijst erop dat als de kerninflatie relatief stabiel blijft, "the Federal Reserve and its new chair Kevin Warsh are likely to keep policy rates unchanged at next week's meeting." Hij verwacht dat de totale CPI-inflatie al in juni onder de 4% kan terugkeren.
Helen Lao, econoom bij CIBC, noemt het mei-rapport een "red-hot inflation print" die de Fed voorlopig aan de zijlijn houdt. Ze wijst erop dat beleidsmakers willen zien dat olieprijzen duurzaam dalen voordat ze aan renteverlagingen kunnen denken. Dat beleidsmakers focussen op inflatieverwachtingen geeft aan dat ze de Iran-gerelateerde prijsdruk niet als structureel beschouwen, maar het risico van doorsijpeling naar kerninflatie bewaken ze actief.
De stabiele arbeidsmarkt geeft de Fed de ruimte om zich te richten op inflatie zonder tegelijkertijd recessievrees te hoeven managen. Dat maakt een pauze gemakkelijker te verdedigen dan een verlaging.
De positie van Warsh
Voor Warsh is dit een klassiek dilemma van een nieuwbakken centraal bankier. Actie bij zijn eerste vergadering zou signalen afgeven die de markt kunnen destabiliseren. Wachten is de orthodoxe keuze, en de data ondersteunen die keuze op het eerste gezicht: kerninflatie valt mee, de markt heeft een pauze al ingeprijsd.
Maar de PPI-cijfers ondermijnen het comfortabele narratief dat Iran-inflatie puur een tijdelijk energie-effect is. Als producenten de komende weken en maanden kosten gaan doorberekenen, loopt de CPI verder op. Dat maakt een versoepeling van het beleid in de tweede helft van 2026 aanzienlijk moeilijker te rechtvaardigen, ook als de energieprijzen zelf stabiliseren.
De markt heeft die spanning gedeeltelijk verwerkt. Goud noteert hoger, de dollar staat onder druk. Die bewegingen passen in een omgeving waarbij beleggers twijfelen aan het tempo van inflatiereductie en de reële rente opnieuw herwaarderen, zoals TIF eerder berichtte.
Vooruitblik
De FOMC-vergadering van volgende week wordt de eerste echte test voor Warsh als Fed-voorzitter. De beslissing zelf is vrijwel zeker: geen wijziging in de beleidsrente. Interessanter is de toon van het begeleidende statement en de persconferentie. Geeft Warsh aan dat versoepeling in 2026 nog op de agenda staat? Of verschuift de Fed haar communicatie richting "higher for longer"? De PPI-data van vandaag geeft hem weinig ruimte voor optimisme.
Bronnen: Bureau of Labor Statistics, Desjardins, CIBC
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiele beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.