Olie stijgt 36% in één week. Gaan centrale banken nu eindelijk iets doen?
WTI-olie steeg de afgelopen week met bijna 36%, de sterkste weekstijging ooit. De ECB houdt de rente op 2%, maar hoe lang is dat nog houdbaar?
De prijs van WTI-olie steeg de afgelopen week met bijna 36%, de sterkste weekstijging ooit gemeten in procenten. De koers noteerde rond de 91 dollar per vat. Wall Street stond vrijdag verder onder druk. De euro/dollar noteerde op 1,1603 en de Amerikaanse tienjaarsrente stabiliseerde op 4,144%. Dit zijn geen kleine schommelingen. Dit is een macro-economische schok in slow motion.
Wat een olieprijsschok betekent voor Europa
Europa importeert vrijwel al zijn olie. Een stijging van 36% in één week vertaalt zich direct naar hogere transportkosten, hogere energierekeningen voor bedrijven en uiteindelijk hogere prijzen in de supermarkt. De inflatie, die de ECB net onder controle dacht te hebben met een stabiele rente van 2%, krijgt hiermee een nieuwe opwaartse duw. Dat is precies het scenario dat centrale bankiers slecht kunnen gebruiken.
Wat doet de ECB?
Tot nu toe: niets. De ECB hield de rente vorige maand ongewijzigd op 2% en verwacht dat voor heel 2026 vol te houden. Maar een olieprijsstijging van deze omvang verandert de berekening. Als de energiecomponent de inflatie weer richting 2,5% of hoger duwt, staat de ECB voor een ongemakkelijke keuze: opnieuw verhogen en de woningmarkt verder onder druk zetten, of vasthouden en inflatie toestaan.
De centrale bank heeft haar mandaat, maar de markt vraagt inmiddels hardop of dat mandaat nog past bij de wereld van 2026.