Olie daalt van 119 naar 106 dollar na signaal VS: wat de markt nu echt beweegt
Brent olie piekte gisteren op $119 en daalde terug naar $106 na een signaal van de VS over Iraanse sancties. Qatar LNG-schade is structureel. Twee scenario's voor wat de energiemarkt de komende weken beweegt.
Gisteren zagen de energiemarkten in enkele uren een scenario dat analisten maanden hadden gevreesd en daarna een gedeeltelijke ommekeer. Brent olie piekte donderdagochtend op bijna 119 dollar per vat, het hoogste punt in vier jaar. Tegen het einde van de handelsdag was de prijs teruggezakt naar circa 106 dollar. De reden: de Amerikaanse minister van Financiën gaf aan dat sancties op circa 140 miljoen vaten Iraanse olie mogelijk tijdelijk worden opgeheven om de markt te stabiliseren.
Dat is een significante beleidswijziging, maar geen structurele oplossing. De onderliggende spanningen zijn onverminderd aanwezig.
Wat veroorzaakte de piek?
De energiemarkten reageerden donderdag op twee concrete ontwikkelingen. Ten eerste: Iraanse aanvallen op LNG-faciliteiten in Qatar. Naar schatting is daardoor 17 procent van de Qatarese exportcapaciteit voor meerdere jaren uitgeschakeld. Qatar is na de Verenigde Staten de grootste LNG-exporteur ter wereld en levert een substantieel deel van het Europese gas. Ten tweede: de context van eerdere aanvallen op het South Pars-gasveld in Iran en de aanhoudende sluiting van de Straat van Hormuz, waardoor circa 20 procent van de mondiale oliehandel over zee geblokkeerd is.
De TTF-gasprijs steeg donderdag met bijna 20 procent. De AEX opende meer dan 1 procent lager.
Wat doet het signaal van de VS?
De aankondiging van een mogelijke tijdelijke opheffing van sancties op Iraanse olie bracht de prijs snel terug. Dat laat zien hoe gevoelig de markt op dit moment is voor beleidsgeluiden. Het betekent ook dat de VS bereid is pragmatisch te handelen om prijsdruk te temperen, wat een signaal geeft over de beleidsruimte die Washington zichzelf toedicht.
Maar het is een pleister op een structurele wond. De Qatarese LNG-schade is voor meerdere jaren. De Straat van Hormuz blijft gesloten voor commercieel verkeer. Grote rederijen als Maersk en Hapag-Lloyd hebben de vaart opgeschort. En Europa moet dit jaar zijn gasvoorraden voor de winter aanvullen, terwijl de concurrentie met Aziatische afnemers groter is dan ooit.
Twee scenario's voor de komende weken
Scenario één: de-escalatie zet door. Als de diplomatieke signalen leiden tot een concreet akkoord of een gedeeltelijke heropening van de Straat van Hormuz, kunnen olie- en gasprijzen snel dalen. De markt heeft bewezen daarin snel te bewegen, getuige de daling van 119 naar 106 dollar in enkele uren.
Scenario twee: de energieprijzen blijven structureel hoog. In dat geval ziet Europa zich geconfronteerd met een inflatieschok die de ECB in een onmogelijke positie dwingt: hogere rente terwijl de economische groei al terugvalt naar 0,9 procent. Bank of America noemde gisteren al expliciet de mogelijkheid van renteverhogingen in de zomer, wat tot voor kort ondenkbaar leek.
Wat betekent dit voor Nederland?
De benzineprijs aan de pomp liep donderdag op tot 2,541 euro per liter Euro95. Diesel steeg met bijna 5 cent tot 2,568 euro per liter. Voor ondernemers die afhankelijk zijn van transport zijn dit geen abstracte marktbewegingen, maar directe kostenposten. De Nederlandse gasvoorraden staan op circa 11 procent, en de aanvulling voor de volgende winter begint doorgaans in het tweede kwartaal, precies wanneer de markt het meest kwetsbaar is.