Goud crasht 21% na recordkoers van $5.600 — de grootste koersval sinds 1983 verklaard
Na een ongekende stijging naar $5.600 per ounce stortte de goudprijs in met ruim 21%. Zilver verloor zelfs 41%. Wat veroorzaakte deze historische sell-off, en is het nu een koopmoment?
Van record naar ravijn
Op 29 januari 2026 bereikte goud een absoluut hoogtepunt: $5.595 per troy ounce. Een dag later was de koers 9% lager. Nog een dag later stond de teller op een verlies van meer dan $1.200 — de zwaarste tweedaagse daling sinds 1983.
Zilver werd nog harder geraakt. Van een all-time high boven de $121 per ounce zakte het edelmetaal naar $71,67 — een verlies van ruim 41%. Voor beleggers die op het hoogtepunt waren ingestapt, was het een nachtmerrie.
Wat ging er mis?
Zoals bij de meeste crashes was er niet één oorzaak, maar een kettingreactie.
Het begon met een politiek signaal. Het nieuws dat president Trump Kevin Warsh zou nomineren als nieuwe Fed-voorzitter zorgde voor onrust. Warsh staat bekend als een hawkish figuur — iemand die de voorkeur geeft aan een strenger monetair beleid. Voor goudbeleggers, die juist profiteren van lage rentes en een zwakke dollar, was dat slecht nieuws.
Maar de echte klap kwam van de margemechanismen. De CME Group verhoogde de margevereisten voor goud van 6% naar 8%, en voor zilver van 11% naar 15%. Dat klinkt technisch, maar het effect was verwoestend: beleggers die met geleend geld in edelmetalen zaten, moesten óf direct extra geld bijstorten, óf hun posities sluiten. Veel kozen voor het laatste. Wat begon als een correctie werd daardoor een gedwongen uitverkoop.
Tot slot speelde er een bredere risk-off-beweging mee. Een scherpe daling van AI-aandelen als Nvidia en Alphabet zorgde voor paniek op meerdere markten tegelijk. Wanneer beleggers overal tegelijk verliezen zien, verkopen ze wat ze kunnen — en goud is altijd liquide.
Het herstel
Binnen enkele dagen krabbelde goud weer op richting de $5.100. Half februari consolideert de koers in een bandbreedte van $4.900 tot $5.100 — nog altijd zo'n 65% hoger dan een jaar geleden.
Terugkijkend lijkt de crash meer op een massale afwikkeling van speculatieve hefboomposities dan op een fundamentele herwaardering van goud als belegging. De onderliggende redenen om goud te bezitten — geopolitieke onzekerheid, inflatie die niet weg wil, centrale banken die massaal bijkopen — zijn niet verdwenen.
Wat zeggen de grote banken?
Ondanks de crash blijven de meeste grote financiële instellingen optimistisch over goud. JP Morgan hanteert een koersdoel van $6.300 voor eind 2026. UBS zit daar vlak onder met $6.200 voor de eerste drie kwartalen, dalend naar $5.900 richting het jaareinde. Een brede peiling onder 30 analisten komt uit op een mediane verwachting van $4.746 — het hoogste consensusdoel dat Reuters ooit heeft gemeten.
Lessen voor beleggers
De crash van eind januari leert drie dingen. Ten eerste: hefboom is een versterker — het werkt in beide richtingen. Ten tweede: zelfs de meest betrouwbare beleggingscategorieën zijn niet immuun voor plotselinge correcties. En ten derde: wie belegt op basis van fundamenten in plaats van momentum, had weinig reden tot paniek.
Goud is in 2026 nog steeds een van de sterkst presterende beleggingen. Maar wie erin stapt, moet bestand zijn tegen dit soort turbulentie.
Kernpunt: De goudcrash was spectaculair, maar waarschijnlijk niet structureel. Het was een hefboom-gedreven sell-off, geen fundamentele trendbreuk. Grote banken blijven overwegend positief — maar de rit wordt niet minder wild.