Golfstaten willen af van Hormuz: miljarden voor alternatieve olieroutes
De Golfstaten bekijken serieus alternatieven voor de Straat van Hormuz. Welke pijpleidingen liggen op tafel en wat dreigt als Hormuz dicht blijft?
Wat jarenlang te duur en politiek te complex was, ligt nu serieus op tafel. De Golfstaten bezien de bouw of uitbreiding van oliepijpleidingen om hun afhankelijkheid van de Straat van Hormuz te verminderen, zo meldde de Financial Times op 2 april 2026. De dreiging van langdurige Iraanse controle over de strategische zeestraat is de directe aanleiding om miljardendure infrastructuurplannen opnieuw te beoordelen.
Voor wie de afgelopen weken de escalatie in het Midden-Oosten heeft gevolgd, is dit de logische volgende stap. Na de olieprijsstijging naar $119 per vat en de marktturbulentie rond de Iran-escalatie, verschuift de discussie nu van crisismanagement naar structurele oplossingen. De Golfstaten willen niet meer afhankelijk zijn van één kwetsbaar knooppunt voor hun belangrijkste exportproduct.
Hormuz: een flessenhals voor een vijfde van alle maritieme olie
De schaal van het probleem maakt de urgentie duidelijk. Vóór het huidige conflict liep tot een vijfde van alle maritieme olie-export via de Straat van Hormuz, ongeveer 20 miljoen vaten per dag. Er bestaat geen alternatief dat zelfs maar in de buurt komt van die capaciteit. Wie Hormuz controleert, heeft daarmee een veto over een substantieel deel van de mondiale energievoorziening.
Die kwetsbaarheid is niet nieuw. Al decennialang weten olieproducerende landen in de Golf dat hun exportinfrastructuur door één geografisch knelpunt loopt. Maar zolang de straat open bleef en de olieprijs acceptabel was, overheerste de rekensom: pijpleidingen als alternatief zijn duur, technisch uitdagend en politiek complex. Die rekensom verandert nu.
Drie routes, één doel
Op tafel liggen drie concrete alternatieven, elk met hun eigen uitdagingen en kostenplaatje.
Saudi East-West Pipeline Saudi-Arabië beschikt al over een oost-west pijpleiding waarmee ruwe olie vanuit de productieregio's naar de Rode Zee kan worden getransporteerd, zonder Hormuz te passeren. Uitbreiding van die bestaande capaciteit is de meest directe optie. Toch is ook dat geen eenvoudige klus: de pijpleiding moet door het Hejaz-gebergte worden aangelegd en de geschatte kosten voor een uitbreiding bedragen minimaal $5 miljard, aldus Christopher Bush, CEO van het Libanese bouwbedrijf Cat Group, in een interview met de Financial Times.
IMEC-corridor via Haifa Het ambitieuzer scenario ligt binnen het India-Middle East-Europe Economic Corridor (IMEC), het door de VS gesteunde infrastructuurinitiatief dat werd gepresenteerd op de G20-top in september 2023. IMEC werd destijds expliciet gepositioneerd als tegenwicht voor China's Belt and Road Initiative en voorziet in een netwerk van pijpleidingen, havens, spoorwegen en wegen dat India, het Midden-Oosten en Europa verbindt. De Israëlische havenstad Haifa is een sleutelknooppunt in die route. Uitbreiding van IMEC met olie-infrastructuur zou aanzienlijke additionele investeringen vergen en is mede afhankelijk van de geopolitieke situatie in de regio.
Iraakse routes via Jordanië, Syrië of Turkije Voor Iraakse olie worden routes via Jordanië, Syrië of Turkije onderzocht. Dit zijn de duurste opties: Bush schat de kosten op $15 tot $20 miljard. Naast de financiële last spelen hier ook forse veiligheidsrisico's en politieke complexiteit mee. Syrië bevindt zich nog in een fragiele transitiefase na het einde van het Assad-regime; Turkije heeft eigen geopolitieke agenda's. Realisatie van dergelijke routes duurt volgens Bush jaren.
| Route | Kostenschatting | Bestaande infra | Politieke complexiteit |
|---|---|---|---|
| Saudi East-West (uitbreiding) | Minimaal $5 miljard | Deels aanwezig | Beperkt |
| IMEC via Haifa | Nader te bepalen | Gedeeltelijk | Hoog |
| Irak via Jordanië/Syrië/Turkije | $15-20 miljard | Grotendeels nieuw | Zeer hoog |
Het tijdvenster van Mark Mills
De urgentie achter deze plannen wordt scherp geïllustreerd door de analyse van energieanalist Mark Mills, die in een interview met de Oostenrijkse krant Die Presse een concreet risicoscenario schetst.
Mills tekent twee paden. Als de verstoring van Hormuz binnen circa twee maanden wordt opgelost, zijn de economische gevolgen op middellange termijn overzienbaar. Als Hormuz echter over een maand nog vrijwel volledig gesloten is, dreigt een olieprijs van $175 per vat of hoger, wat een mondiale recessie mogelijk maakt. Ter vergelijking: de ergste olieprijsschok van 1973/1974 duurde circa vijf maanden en had catastrofale gevolgen voor de wereldeconomie. Mills hanteert die episode expliciet als referentiekader.
De analist verwacht dat de VS er alles aan zullen doen het conflict binnen een maand te beëindigen. Voor Iran is een snel einde volgens Mills nog urgenter: het land dreigt infrastructuurverlies en staat onder toenemende druk van grote afnemers als China en India, die hun eigen energiezekerheid zwaarder laten wegen dan geopolitieke loyaliteit.
Structurele kentering, niet tijdelijke paniek
De strategische betekenis van deze discussie reikt verder dan de acute crisissituatie. Christopher Bush benadrukt tegenover de FT dat de interesse in nieuwe pijpleidingprojecten al groot was vóór het huidige conflict. Dat maakt dit geen paniekrespons, maar een versnelling van een trend die al sluimerde.
De Golfstaten trekken een logische conclusie uit hun geopolitieke kwetsbaarheid: zolang de export door één zeestraat loopt die door een regionale rivaal kan worden afgesloten, is hun economische soevereiniteit onvolledig. Die kwetsbaarheid accepteren ze steeds minder. De vraag is niet meer of er geïnvesteerd wordt in alternatieve routes, maar welke routes prioriteit krijgen en hoe snel de politieke wil zich vertaalt in concrete besluiten.
IMEC biedt daarvoor het meest veelbelovende institutionele kader, juist omdat het initiatief al diplomatiek verankerd is bij de VS, India en een reeks Golfstaten. De Israëlische factor blijft echter een complicerende variabele: zolang de situatie in Gaza en de bredere regionale verhoudingen niet gestabiliseerd zijn, liggen beslissingen over het Haifa-knooppunt politiek gevoelig.
Vooruitblik
De komende weken zijn cruciaal op twee fronten. Mills' tijdvenster van één maand loopt snel af, en de diplomatieke druk op Iran om Hormuz open te houden zal in die periode intensiveren. Parallel lopen de gesprekken binnen IMEC door, waarbij de VS als drijvende kracht achter het initiatief een belang heeft bij concrete voortgang. Wanneer formele IMEC-besluitvorming over infrastructuuruitbreidingen plaatsvindt, is op dit moment nog niet publiek bepaald, maar de geopolitieke urgentie van april 2026 versnelt die discussie onmiskenbaar.
Bronnen: Financial Times, Die Presse (interview Mark Mills)
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiele beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.