G7 geeft groen licht voor oliereserves, Qatar zet de kraan dicht.
De G7 opent strategische oliereserves, maar Qatar legde de grootste LNG-exportfaciliteit ter wereld vijf dagen stil. Lagarde belooft de inflatie te beheersen. De vraag is of ze dat kan zonder de economie verder te raken.
De G7 heeft vandaag officieel groen licht gegeven voor de vrijgave van strategische oliereserves, bedoeld om de marktvolatiliteit door het conflict in het Midden-Oosten te beteugelen. Japan volgt vanaf 16 maart. Klinkt geruststellend. Maar terwijl de westerse wereld haar reserves opent, heeft de grootste LNG-exportfaciliteit ter wereld in Qatar de scheepvaart vijf dagen achtereen stilgelegd. De langste onderbreking sinds 2008. Dat is niet geruststellend.
Twee bewegingen, tegengesteld effect
De logica van de G7 is simpel: meer olie op de markt dempt de prijs. Maar LNG, vloeibaar aardgas, is niet inwisselbaar voor olie. Europa verwarmt huizen en stookt fabrieken op gas, niet op ruwe olie. De Qatarese onderbreking raakt dus precies datgene waar Europese consumenten en bedrijven het meest van afhankelijk zijn. De G7-maatregel lost dat niet op.
ECB-president Christine Lagarde trok gisteren in een interview met France 2 een vergelijking met de energiecrisis van 2022-2023 en beloofde dat de ECB alle noodzakelijke maatregelen neemt om inflatie te beheersen. Dat klinkt daadkrachtig, maar roept meteen de vraag op welke maatregelen ze bedoelt. De ECB hield de rente twee weken geleden nog ongewijzigd op 2%, precies omdat de inflatie stabiel leek. Als de energiecomponent nu opnieuw oploopt, staat de bank voor een onmogelijke keuze.
Stagflatie als serieus scenario
In de VS groeit de zorg over stagflatie: zwakke banengroei gecombineerd met hoge energieprijzen. Europa loopt altijd wat achter op dat soort Amerikaanse signalen, maar dit keer komt de energieprijsschok direct vanuit de regio zelf. Een vijf dagen durende stillegging van Qatarese LNG-export is geen incident. Het is een structureel risicosignaal.
Lagarde belooft in te grijpen. De vraag is of ze dat kan, zonder de woningmarkt, de groei en de werkgelegenheid verder onder druk te zetten.