Europa pompt €800 miljard in defensie: de grootste investeringsgolf sinds de Koude Oorlog
De EU heeft het ReArm Europe-plan goedgekeurd, het grootste defensie-investeringsprogramma in de Europese geschiedenis. Wat betekent dat voor de economie, de begroting en je portefeuille?
Europa herbewapent. Niet geleidelijk, niet aarzelend, maar met een snelheid en omvang die een jaar geleden ondenkbaar was. Op de Europese Raad van 20 en 21 maart keurden de 27 EU-lidstaten het ReArm Europe-plan goed, een pakket dat tot €800 miljard moet vrijmaken voor defensie in de komende vier jaar. Het is het grootste Europese defensie-investeringsprogramma ooit en markeert een breuk met decennia van afhankelijkheid van de Amerikaanse veiligheidsparaplu.
De vraag is niet meer of Europa meer gaat uitgeven aan defensie. Die vraag is beantwoord. De relevantere vraag is: waar komt het geld vandaan, wie profiteert ervan en wat zijn de risico's?
Hoe het plan werkt
Het ReArm Europe-plan rust op twee financiële pijlers. De eerste is de activering van de zogeheten nationale ontsnappingsclausule in het Europese stabiliteits- en groeipact. Daarmee mogen lidstaten tot 1,5 procent van hun bruto binnenlands product extra uitgeven aan defensie, zonder dat ze in de buitensporigtekortprocedure terechtkomen. Zeventien lidstaten hebben die clausule inmiddels geactiveerd. Als alle EU-landen hun defensie-uitgaven met gemiddeld 1,5 procent van het bbp verhogen, levert dat over vier jaar circa €650 miljard op.
De tweede pijler is het nieuwe instrument Security Action For Europe (SAFE). Via dit instrument kan de Europese Commissie tot €150 miljard lenen op de kapitaalmarkten en dat als leningen doorvertrekken naar lidstaten voor gezamenlijke defensieprojecten. Een cruciaal verschil met het coronaherstelfonds: het gaat om leningen die landen zelf moeten terugbetalen, niet om giften.
Samen vormen deze twee pijlers een investeringsruimte van circa €800 miljard. Dat is geen garantie dat dit bedrag ook daadwerkelijk wordt uitgegeven, maar het creëert de budgettaire ruimte om het te doen.
De defensie-industrie draait op volle toeren
De markt heeft niet gewacht op de politieke goedkeuring. De Stoxx Europe Aerospace & Defence Index steeg in het eerste kwartaal van 2026 met meer dan 30 procent. Europese defensieaandelen behoren daarmee tot de best presterende sector op het continent.
De cijfers van individuele bedrijven onderstrepen de trend. Rheinmetall, inmiddels Europa's grootste defensiebedrijf, verwacht een omzetgroei van 40 tot 45 procent in 2026. De gemiddelde omzet van zes grote Europese defensiebedrijven (Rheinmetall, Leonardo, BAE Systems, Thales, Hensoldt en Saab) steeg tussen 2021 en 2025 met 57 procent. Nog sprekender: de orderportefeuilles groeiden in diezelfde periode gemiddeld 135 procent. Bij Rheinmetall en Saab was dat respectievelijk 323 en 284 procent.
Leonardo, het Italiaanse luchtvaart- en defensieconcern, presenteerde plannen om de winst tegen 2030 te verdubbelen. CEO Roberto Cingolani waarschuwde investeerders dat oorlog "sneller en gevaarlijker" wordt en dat hybride dreigingen de operationele complexiteit verhogen.
De waarderingsvraag
Voor beleggers is het dilemma helder: de groeivooruitzichten zijn uitzonderlijk, maar de koersen zijn dat ook. Rheinmetall noteert een forward koers-winstverhouding van circa 39, ruim boven het Europese defensiegemiddelde van 28. Het aandeel Saab is in twaalf maanden bijna 200 procent gestegen. Morningstar-analisten waarderen Saab inmiddels als "significant overgewaardeerd" ten opzichte van hun fair value-schatting.
Toch zijn niet alle namen even duur. Morningstar beschouwt Rheinmetall, ondanks de rally, nog steeds als ondergewaardeerd vanwege de omvang van de verwachte groei. Thales en Dassault worden eveneens als aantrekkelijk geprijsd gezien. Barclays waardeert Leonardo recent op als "overweight" vanwege het bredere winstmomentum ten opzichte van sectorgenoten.
Bernstein benadrukt dat aandelenselectie belangrijker is dan brede sectorexposure. De analisten maken onderscheid tussen bedrijven met eigen productiecapaciteit en sterke overheidssteun (Rheinmetall, BAE Systems, Thales) en lokale spelers in landen die traditioneel sterk afhankelijk zijn van Amerikaanse leveranciers.
De keerzijde: schulden, bureaucratie en ethiek
Het enthousiasme heeft een keerzijde. De €800 miljard komt niet uit de lucht vallen. De ontsnappingsclausule betekent dat lidstaten hogere begrotingstekorten mogen draaien, wat de Europese schuldniveaus verder opdrijft. Voor landen als Italië en Frankrijk, die al tegen de begrotingsgrenzen aanlopen, is dat een dunne lijn.
Daarnaast is de uitvoeringscapaciteit een reëel risico. De Europese defensie-industrie is sterk gefragmenteerd. Bureaucratische obstakels, langdurige aanbestedingsprocedures en de noodzaak van Europese coördinatie kunnen de snelle toewijzing van middelen vertragen. De belofte van gezamenlijke aankopen klinkt logisch, maar de praktijk van 27 landen met verschillende industriële belangen is weerbarstig.
En dan is er het ethische vraagstuk. Veel institutionele beleggers hebben defensieaandelen jarenlang gemeden op ESG-gronden. Die houding is aan het verschuiven nu veiligheid steeds vaker wordt gezien als voorwaarde voor economische stabiliteit, niet als tegenstelling. Maar het debat is niet afgesloten, zeker niet onder jongere beleggers die gewend zijn ESG-criteria mee te wegen in hun beleggingsbeslissingen.
Wat dit betekent voor Nederland
Nederland is direct betrokken. Als EU-lidstaat kan het de ontsnappingsclausule activeren om extra defensie-uitgaven te doen buiten de reguliere begrotingsregels. De Nederlandse defensie-industrie is kleiner dan die van Duitsland, Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk, maar bedrijven als Thales Nederland (vestiging in Hengelo), Damen Shipyards en diverse toeleveranciers in de high-tech sector kunnen profiteren van de grotere Europese orderstromen.
Voor het bredere economische plaatje geldt: hogere defensie-uitgaven stimuleren de vraag naar industriële productie, technologie en personeel. DNB waarschuwt al dat de Nederlandse economie tegen de grenzen van de productiecapaciteit aanloopt. Extra overheidsbestedingen, ook in defensie, kunnen die druk vergroten en de inflatie aan de hoge kant houden.
Het grotere plaatje
Europa's defensiegolf is meer dan een sectorverhaal. Het is een structurele verschuiving in hoe het continent zichzelf financiert, beschermt en positioneert in een wereld waarin de Amerikaanse veiligheidsgarantie niet meer vanzelfsprekend is.
Voor beleggers betekent dat een sector die niet langer niche is, maar centraal staat in het Europese economische beleid. De groeivooruitzichten zijn reëel: analisten verwachten een winstgroei van circa 20 procent voor Europese defensiebedrijven in 2025 en 2026, gevolgd door meer dan 15 procent in 2027. Maar de waarderingen vereisen discipline en de uitvoeringsrisico's zijn aanzienlijk.
De komende maanden zullen laten zien of de politieke beloftes worden omgezet in daadwerkelijke orders. De defensie-industrie heeft de capaciteit om op te schalen, maar dat kost tijd, kapitaal en coördinatie. Tot die tijd blijft het een sector waar de verwachtingen groot zijn en de marge voor teleurstelling smal.
Bronnen: Europese Raad, Europese Commissie, Europees Parlement, Morningstar, Barclays, Bernstein, CNBC, Deutsche Bank, VNO-NCW, DNB
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiële beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.