Chinese industriële winsten springen 15,2%: opleving onder druk van oliecrisis
Chinese industriële winsten stegen 15,2% in jan-feb 2026, de sterkste groei in jaren. Maar de Hormuz-crisis stelt dat herstel op de proef.
De Chinese industrie levert de sterkste winstgroei in jaren: +15,2% jaar-op-jaar in januari en februari 2026, zo blijkt uit cijfers die het National Bureau of Statistics of China op vrijdag 27 maart publiceerde. Tegelijkertijd dreigt de sluiting van de Straat van Hormuz dat herstel te ondermijnen. Het contrast tussen beide ontwikkelingen tekent de precaire positie van de Chinese economie in 2026.
Van drie jaar daling naar sterkste groei in jaren
De versnelling is opvallend. In december 2025 stegen de industriële winsten nog met 5,3% jaar-op-jaar. Over heel 2025 bedroeg de groei slechts 0,6%, waarmee drie opeenvolgende jaren van daling werden doorbroken. Dat herstel was al een keerpunt; de sprong naar 15,2% in de eerste twee maanden van dit jaar is een nieuwe orde van grootte.
De opleving is niet vanzelf gegaan. Chinese bedrijven verdubbelden in 2025 hun inzet op exportmarkten om buitenlandse vraag te benutten, terwijl Beijing tegelijkertijd de agressieve prijsconcurrentie tussen binnenlandse producenten afremt. Die combinatie, meer volume buiten China en hogere marges binnen, vertaalt zich nu in de winstcijfers.
| Periode | Winstgroei industriële bedrijven China |
|---|---|
| 2022-2024 (cumulatief) | Drie opeenvolgende jaren daling |
| Heel 2025 | +0,6% |
| December 2025 | +5,3% j-o-j |
| Januari-februari 2026 | +15,2% j-o-j |
Het zijn de eerste harde macro-indicatoren van 2026 die laten zien dat Chinese stimuleringsmaatregelen effect sorteren. Voor analisten die twijfelden of het herstel van 2025 structureel was of slechts statistisch ruis, bieden deze cijfers een duidelijker antwoord.
De Hormuz-variabele
Maar het momentum botst frontaal op een externe schok. Na de Amerikaans-Israëlische aanvallen op Iran sloot Teheran de Straat van Hormuz voor de meeste commerciële schepen, waarmee een van de belangrijkste energieroutes ter wereld is afgesloten. Eerder deze week meldde TIF al dat zowel QatarEnergy als Kuwait Petroleum International op 24 maart force majeure inriepen, een directe consequentie van de verstoorde doorvoer.
China is een van de grootste olie-importeurs ter wereld. Hogere energieprijzen tasten de marges aan van energie-intensieve sectoren als staal, chemie en cement, die stuk voor stuk zwaar wegen in de industriële winstcijfers. Beijing reageerde deze week door de plafondprijzen voor benzine en diesel te verhogen, maar paste slechts circa de helft toe van wat normaal zou worden doorberekend. De overheid absorbeert daarmee een deel van de prijsstijging, om de schok voor consumenten en bedrijven te dempen.
Waarom China minder kwetsbaar is dan Europa
Toch zijn er drie structurele redenen waarom China de oliecrisis beter kan doorstaan dan de meeste andere grote economieën.
Ten eerste beschikt China over omvangrijke strategische oliereserves. Beijing heeft de afgelopen jaren bewust ingezet op het aanleggen van voorraden, juist om externe energieschokken op te vangen.
Ten tweede speelt Iran een bijzondere rol. Ondanks de sluiting van Hormuz voor commercieel verkeer blijft Iran miljoenen vaten ruwe olie verschepen naar China. Die handel loopt via kanalen die buiten het conventionele scheepvaartnetwerk vallen, en is niet onderbroken door het conflict. China is daarmee feitelijk de voornaamste afnemer van Iraanse olie, en dat positie biedt een gedeeltelijke buffer.
Ten derde diversifieert China actief zijn energiemix. Hernieuwbare energiebronnen, nucleaire capaciteit en kolencentrales verminderen de directe afhankelijkheid van geïmporteerde olie voor elektriciteitsopwekking. Olie raakt China primair via transport en petrochemie, niet via de stroomomzetting.
Die drie factoren samen maken de verwachting plausibel dat stijgende energieprijzen China minder hard treffen dan Europa of Japan, die nauwelijks over dezelfde buffers beschikken.
Wat het betekent voor de wereldeconomie
Toch is dit geen reden tot geruststelling voor de bredere wereldeconomie. Juist omdat China zo'n centrale rol speelt in mondiale grondstoffenmarkten en toeleveringsketens, hebben schommelingen in de Chinese industriële activiteit directe weerslag elders.
Een sterkere Chinese vraag naar grondstoffen drijft grondstoffenprijzen op, wat inflatiedruk creëert in importerende economieën. Tegelijkertijd zijn Europese bedrijven met grote China-blootstelling, zoals ASML en LVMH, afhankelijk van Chinese afzetmarkten. Een Chinese groeivertraging door de oliecrisis zou die exporteurs raken; een aanhoudend herstel biedt juist rugwind.
De jan-feb data geven nog geen antwoord op de vraag hoe de oliecrisis de Chinese industrie in het tweede kwartaal zal beïnvloeden. De Hormuz-sluiting speelt pas volledig door in de cijfers van maart en later. Dat maakt de volgende NBS-publicatie cruciaal.
Vooruitblik
Het National Bureau of Statistics publiceert de industriële winstcijfers voor maart doorgaans eind april. Die data zullen de eerste harde meting zijn van hoe diep de Hormuz-crisis in de Chinese productiesector snijdt. Tot die tijd blijft het scenario open: een opleving die stand houdt ondanks de energieschok, of een terugval die bewijst dat externe kwetsbaarheden ook China niet ongemoeid laten.
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiële beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.