Bonusplafond bij banken omhoog: kans of symbool van oud denken?
De Tweede Kamer versoepelde vandaag de bonusregels voor bankmedewerkers. Het 20%-plafond gaat omhoog richting de Europese norm. Maar wie profiteert er echt van?
Terwijl de energiemarkt in brand staat, stemde de Tweede Kamer vandaag rustig in met een versoepeling van de bonusregels voor bankmedewerkers. Bonussen mogen straks hoger uitvallen dan de huidige grens van 20% van het vaste salaris. Nederland brengt zich daarmee meer in lijn met de Europese minimumnorm, die ruimer is dan wat we hier jarenlang hanteerden.
Waarom bestaat die strenge regel eigenlijk?
Na de financiële crisis van 2008 besloot Nederland bewust strenger te zijn dan Europa eiste. De gedachte: bankiers die te veel verdienen aan bonussen nemen te veel risico, en dat betaalt de samenleving uiteindelijk. Die les kostte ons destijds miljarden. De 20%-grens was geen willekeurig getal, het was een statement.
Nu draait de politiek die keuze terug. Het officiële argument is dat Nederlandse banken moeite hebben internationaal talent aan te trekken. Een senior investment banker die in Londen of Frankfurt twee keer zijn jaarsalaris aan bonus kan verdienen, kijkt wel twee keer na voordat hij naar Amsterdam verkast.
Wat betekent dit voor jou?
Als je bij een bank werkt of dat overweegt, is dit potentieel goed nieuws. Hogere bonusplafonds betekenen meer onderhandelingsruimte, zeker in commerciële en dealgedreven rollen. Maar wees realistisch: de meeste bankmedewerkers zitten niet in de functies waar dit echt verschil maakt. Voor de gemiddelde medewerker op een kantoor in Utrecht verandert er weinig.
De echte winnaar is het topkader in investment banking en vermogensbeheer. Of dat de bedoeling was van de versoepeling, is een vraag die de Tweede Kamer zichzelf ook had mogen stellen.