Accijnsverlaging op benzine? TNO noemt het 'zeer inefficiënt': 70% belandt bij hogere inkomens
Lage inkomens die veel rijden zijn tot 17% van hun inkomen kwijt aan de pomp. Toch helpt een accijnsverlaging hen het minst, blijkt uit nieuw TNO-onderzoek.
De benzineprijs in Nederland staat op een historisch record van €2,585 per liter, maar het meest voor de hand liggende politieke antwoord helpt precies de verkeerde groep het meest. Dat is de conclusie van nieuw onderzoek van TNO naar de inkomensgevolgen van de torenhoge brandstofprijzen.
De cijfers: wie profiteert van wat?
TNO rekende een accijnsverlaging van 10 cent per liter door. Het resultaat is ontnuchterend. Huishoudens met een laag inkomen en een auto besparen gemiddeld zo'n €80 per jaar aan de pomp. Huishoudens met een hoog inkomen besparen zo'n €120, simpelweg omdat zij meer kilometers maken. Van het totale bedrag dat de overheid aan een accijnsverlaging kwijt is, komt circa 70% terecht bij midden-hoge en hoge inkomens. Ongeveer 24% bereikt de midden-lage inkomens. Slechts 7% komt bij de laagste inkomensgroep.
Die 10 cent kost de schatkist per jaar ongeveer €1 miljard. Gemiddeld levert het een huishouden met auto jaarlijks €95 op. "Dat helpt mensen natuurlijk, maar het bedrag is ook niet zo hoog dat het een soort gouden oplossing is," zegt TNO-onderzoeker Peter Mulder.
Het echte probleem: afhankelijkheid van fossiele brandstoffen
De groep die het hardst wordt geraakt zijn huishoudens met een laag inkomen die bovengemiddeld veel kilometers maken, bijvoorbeeld voor woon-werkverkeer in gebieden zonder goed openbaar vervoer. Zij zijn gemiddeld 17% van hun besteedbare inkomen kwijt aan brandstof. TNO schat dat het om zo'n 200.000 huishoudens gaat.
Deze groep zal volgens TNO haar gedrag aanpassen: minder rijden, carpoolen, vaker de fiets of het OV pakken. Mulder zag vergelijkbaar gedrag tijdens de energiecrisis van 2022, toen huishoudens de thermostaat terugdraaiden en fors investeerden in isolatie. Bij hogere inkomens verwacht hij juist een versnelling van de overstap naar elektrisch rijden.
De alternatieven: duurder maar structureel
TNO pleit voor gerichte maatregelen in plaats van de brede accijnsverlaging waar de Tweede Kamer om vraagt. Denk aan inkomensafhankelijke mobiliteitstoelagen, subsidies voor elektrisch deelvervoer, of een leaseregeling naar Frans model waarbij huishoudens met een laag inkomen voor €50 tot €150 per maand een elektrische auto kunnen leasen.
"Dit is allemaal ingewikkelder dan het verlagen van accijnzen," geeft Mulder toe. "Maar uiteindelijk zijn deze mensen er structureel mee geholpen."
Kabinet houdt de hand op de knip, voorlopig
Het kabinet-Jetten bereidt een accijnsverlaging voor, maar heeft de knoop nog niet doorgehakt. Minister Heinen (Financiën) vindt de situatie nog niet vergelijkbaar met de energiecrisis van 2022. Achter de schermen wordt gewerkt aan een "gereedschapskist" met maatregelen voor als de prijzen verder oplopen, waaronder ook een energietoeslag en een prijsplafond.
Ondertussen betaal je als automobilist recordprijzen: bijna de helft van wat je afrekent aan de pomp is belasting. De accijnskorting uit 2022 is nog deels actief tot eind 2026, maar zonder de oorlog in Iran zou de pijn een stuk minder zijn geweest.
Voor wie nu tankt, is de rekensom simpel. Een volle tank van 50 liter benzine kost inmiddels bijna €130. Een jaar geleden was dat nog geen €100.
Bronnen: BNR, NOS, TNO, UnitedConsumers, EW Magazine
Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen financieel, beleggings- of fiscaal advies. Today in Finance is geen beleggingsonderneming en beschikt niet over een vergunning als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Raadpleeg altijd een gekwalificeerd financieel adviseur voordat je financiële beslissingen neemt. Today in Finance is niet aansprakelijk voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.